Toonladders studeren, is dat zinvol? Wat is een toonladder?  Waar zijn ze eigenlijk voor? Dit zijn vragen die regelmatig aan mij gesteld worden. Bijna iedereen heeft weleens van toonladders gehoord. Maar wat het zijn, wat het nut ervan is en of het slim is om ze te oefenen, is vaak helemaal niet duidelijk. Lees verder voor het antwoord op deze vragen!

 

 

Traditie

Het is lange tijd een traditie geweest: wanneer je een instrument leerde bespelen, dan moest je zo snel mogelijk met toonladders beginnen. Die werden er al vroeg ingestampt! Ongeacht of je enig benul had van waar je mee bezig was. Ook ik ben in die traditie opgegroeid. Heb ik er nut van gehad? Ja hoor, dat heb ik zeker wel. Leer ik mijn leerlingen ook zo snel mogelijk toonladders? Dat hangt van de leerling en zijn/haar wensen af, maar meestal niet heel snel.

 

Nuttig

Pas later, wanneer je zover bent dat je begrijpt dat je kunt begrijpen waar het om draait, ga ik toonladders uitleggen. Ik ben van mening dat je pas echt iets hebt aan toonladders studeren wanneer je er zelf ook het nut van inziet en begrijpt waar je het voor doet. Wanneer je begint met lessen, en je speelt een liedje dat bestaat uit 3 tonen, heeft het nog weinig nut.

 

Wat is een toonladder?

De definitie uit Wikipedia:

Een toonladder is een opeenvolging van in toonhoogte stijgende of dalende tonen, meestal bestaande uit de diatonische tonen van een octaaf. Een toonladder vormt het basismateriaal van een muziekstuk.

De vertaling naar “gewoon” Nederlands:

Een toonladder is een verzameling tonen (het basismateriaal) waar een muziekstuk uit is opgebouwd. Wanneer je deze tonen van laag naar hoog achter elkaar zet, heb je een (stijgende) toonladder.

 

Soorten toonladders

Er bestaan vele soorten toonladders. De meest gebruikelijke zijn de majeur en mineur toonladder. De mineur toonladder komt voor in verschillende vormen. Om het nu niet te ingewikkeld te maken, heb ik het in dit artikel alleen over majeur toonladder en de “zuiver” mineur toonladder. Dit zijn de meest voorkomende toonladders.

 

Waarom zou je een toonladder willen leren?

Omdat de toonladder het basismateriaal is waaruit een muziekstuk is opgebouwd, is het handig om de toonladder te studeren, die bij het stuk hoort wat je gaat studeren. Door met die toonladder bezig te zijn leer je o.a.:

-Welke noten je tegen kan gaan komen in het muziekstuk.

-Welke akkoorden je kunt verwachten.

-Verder is het goed voor het trainen van een goede vingerzetting en helpt het je om je techniek te verbeteren.

-Maar ook als je meer wilt weten over hoe het stuk in elkaar zit, is het nodig om kennis te hebben van toonladders.

-Wil je meer weten over hoe akkoorden in elkaar zitten en hoe akkoorden in een stuk gebruikt worden, is het ook belangrijk dat je toonladder kennis hebt.

De majeur toonladder

De C majeur toonladder is het gemakkelijkst uit te leggen bij een piano/keyboard. Deze toonladder bestaat namelijk alleen uit witte toetsen: C D E F G A B C

Wanneer je deze noten achter elkaar speelt, vind je het vast bekend klinken! Het zit meestal al in je hoofd, net alsof het een liedje is wat je onthouden hebt. En eigenlijk is dat ook zo! Nu zijn dit dus 8 tonen, en je hebt maar 5 vingers! Om de toonladder goed te spelen op een toetsinstrument gebruik je de volgende vingerzetting voor de rechterhand: 1,2,3,1,2,3,4,5 Na je middelvinger, zet je je duim onderdoor naar de F.

 

Afstanden

Als je kijkt naar het toetsenbord hierboven, zie je dat er tussen de meeste witte toetsen een zwarte zit, maar niet bij allemaal. Wanneer er tussen 2 witte toetsen een zwarte zit, noemen we dat een grote afstand. Het is een kleine afstand wanneer er tussen 2 witte toetsen géén zwarte toets zit. Ook de afstand tussen een witte toets en de zwarte die ernaast zit, noemen we klein. Bij de majeur toonladder van C zie je de volgende afstanden:

C naar D: groot

D naar E: groot

E naar F: klein (er zit géén zwarte tussen)

F naar G: groot

G naar A: groot

A naar B: groot

B naar C: klein (ook geen zwarte ertussen)

Deze afstanden tussen de tonen zorgen ervoor dat de majeur toonladder klinkt zoals hij klinkt. Wanneer je de toonladder op een andere toon wilt laten beginnen, moet je dus ook deze afstanden aanhouden.

 

Toonladder van G majeur

 

Dus: groot, groot, klein, groot, groot, groot, klein

Je komt dan uit op:

G naar A is groot

A naar B is groot

B naar C is klein

C naar D is groot

D naar E is groot

Van E naar F is klein! En dat moet een grote afstand zijn. Daarom verander je de F in de zwarte toets die rechts van de F zit; de Fis (F#)

Van F# naar G is dan weer klein, wat klopt!

Op deze manier kun je zelf iedere majeur toonladder uitrekenen!

 

De mineur toonladder

Iedere majeur toonladder heeft een mineur toonladder die uit precies dezelfde tonen bestaat. Dit noemen we ook wel de parallel toonladder. Je vindt deze toonladder op de 6e toon van de majeur toonladder. Bij C majeur hoort dus A mineur.

De toonladder van A mineur bestaat uit: A, B, C, D, E, F, G, A

Wanneer je deze toonladder op een toetsinstrument speelt heb je met de rechterhand ook weer dezelfde vingerzetting als bij C majeur. Wanneer je A mineur speelt, zal je ontdekken dat die heel anders klinkt, alsof het een ander “liedje” is. Dit komt doordat de afstanden tussen de tonen anders zijn, nl: groot, klein, groot, groot, klein, groot, groot.

Pianotoetsen

Welke toonladder hoort bij dit muziekstuk?

Hoe kun je ontdekken welke toonladder er hoort bij het muziekstuk wat je speelt? De belangrijkste aanwijzingen zijn:

-De kruizen of mollen vooraan de notenbalk

-De slottoon

-Het slotakkoord

Wanneer je de toonladder van G wilt spelen; begin je op de G en eindig je op de G. De tonen daartussen moeten dezelfde afstanden hebben als de toonladder van C.

Wanneer er géén kruizen of mollen vooraan de notenbalk staan, komen er dus geen zwarte toetsen in het basismateriaal van het muziekstuk voor. Je hebt dan de keuze uit de toonladders C majeur of A mineur. Wanneer het muziekstuk eindigt op een C en een C akkoord, is het de toonladder C majeur die erbij hoort. Eindigt het stuk echter met een A en een A mineur akkoord, Dan weet je dat de toonladder van a mineur erbij hoort.

Wanneer er vooraan de notenbalk één kruis staat, is het dus G majeur of E mineur. Dat kun je dan weer zien aan de slottoon en het slotakkoord.

 

Natuurlijk valt er veel meer over toonladders te vertellen. Maar met deze basiskennis, kun je al veel dingen zelf ontdekken!

 

 

Veel studeerplezier!

adem rechtenvrijWanneer je tijdens het studeren een “foute toon” speelt, zal je er  waarschijnlijk extra aandacht aan besteden zodat je de fout de volgende keer niet meer maakt. Prima natuurlijk! Maar wat doe je als je niet aan het studeren bent, maar publiek hebt, en je speelt een foute toon?

 

Het beste wat je kunt doen in zo’n geval is “gewoon” doorspelen, alsof de fout er niet was. Maar, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan! Je schrikt toch enigszins van de fout met als gevolg dat je (al is het maar voor even) je concentratie kwijt bent. Je kunt jezelf erop trainen om steeds beter met zo’n situatie om te gaan. De volgende tips kunnen je hierbij helpen:

 

1. Studeer ook om door te spelen

Wanneer je altijd stopt wanneer je een fout maakt tijdens het studeren, raak je daar zo aan gewend dat het een gewoonte wordt. Doorbreek dat patroon door jezelf vaak de opdracht te geven het stuk te spelen zonder te stoppen. Een goede studeer manier is: speel het stuk eerst een keer door zonder te stoppen. Studeer de stukjes met de struikelblokken apart en eindig weer met het hele stuk, zonder te stoppen.

 

2. Vindt het niet belangrijk

Het gaat om de muziek die je maakt. Een foute toon is niet erg. Iedereen maakt wel eens een foutje. Wanneer jij er geen probleem van maakt en gewoon doorgaat, zal je publiek er ook geen aandacht aan schenken!

 

3. Ga samen spelen

Wanneer je samen met anderen speelt, kan je niet zomaar stoppen als je iets fout doet. De anderen spelen gewoon verder. Wanneer je gewend bent om samen te spelen, zal je er ook meer aan gewend raken om niet stoppen wanneer er iets niet goed gaat.

 

4. Speel met een opname (cd) mee

Heb je niemand in je omgeving om mee samen te spelen? Kijk dan of je met een opname van het stuk kunt meespelen. Zoek het stuk op op Youtube of Spotify, of misschien heb je wel de cd, die bij het muziekboek hoort waaruit je speelt. Het effect is net als bij het samenspelen: je wordt gestimuleerd om door te gaan, ook als er iets mis ging!

 

5. Wat is eigenlijk “fout” ?

Enige tijd geleden ontdekte ik het boek “Vrij Spel” , geschreven door Robijn Tilanus. (Een aanrader!) Het gaat over improviseren. Improviseren is iets wat iedereen kan. Want wanneer je improviseert ben je aan het ontdekken en kan je het nooit fout doen! Je hebt natuurlijk wel eens dat er iets anders klinkt dan je bedoeling was. Maar dat mag! Wanneer je dit vrije improviseren vaker doet, helpt je dat om niet te schrikken van foute tonen. Ook in andere situaties. Je bent meer gewend om er niet van te schrikken en gewoon door te spelen.

 

6. Een cadeautje!

Zij schrijft: “Wees niet bang voor foute tonen. Want het goede nieuws is: foute tonen bestaan niet in de wereld van de improvisatie. Een “foute” toon is meestal gewoon een dissonant die je niet bedoeld had……….Het is een onverwachte verrassing van je instrument voor jou. Een cadeautje! Je hoeft het cadeau alleen maar te accepteren.”
Daar gaat het dus eigenlijk om: accepteren! Want, zo schrijft zij, “De “foute toon” is niet fout, maar de aarzeling, de hapering of de verbetering maakt dat we een fout ervaren.”
Hoewel het iets anders is wanneer je niet improviseert maar een bestaand stuk speelt, helpt deze gedachtegang wel om goed met een fout om te gaan. Zie het niet als een fout, maar een verrassende variatie! 

Veel studeerplezier!

poezen op piano rechtenvrijEen goede houding is natuurlijk altijd belangrijk, bij alles wat je doet. Maar tijdens het piano spelen, moet je al aan zoveel dingen tegelijk denken, dat denken aan een goede houding er al snel bij in schiet! Toch is het heel belangrijk. Niet alleen om klachten te voorkomen, maar ook om ervoor te zorgen dat je houding je niet belemmert om mooi piano te spelen! Weet je niet zo goed waar je op moet letten? Hier 4 tips om je te helpen een goede houding te ontwikkelen.

 

Tip 1: de zithoogte

Wanneer je zit en je handen met gekromde vingers op de toetsen legt, moeten de bovenkant van je handen, polsen en onderarmen horizontaal zijn. Het is het beste om je voeten plat op de grond te zetten. Wanneer dat bij kinderen niet lukt, is het prettig om voor een verhoging te zorgen waar de voeten op neergezet kunnen worden. Een in hoogte verstelbare pianokruk/bank is ideaal om altijd op de juiste hoogte te kunnen zitten tijdens het piano spelen.

 

 

Tip 2: de afstand tussen jou en de piano

imagesU6Y3I6IX

Zo zit je goed wanneer je piano speelt!

Let erop dat je niet te dicht bij de piano zit. Vooral als je een    (moeilijk) stuk van bladmuziek speelt, zal je merken dat je al snel de neiging hebt om steeds verder naar voren te gaan. Je moet zo zitten dat je zowel de hoogste als de laagste toetsen van de piano kan bespelen en je ellebogen net iets vóór je lichaam zijn.

 

Tip 3: zit rechtop

Dit gaat het beste wanneer je op de voorste helft van je kruk gaat zitten met je voeten plat op de grond recht vóór je. Hierdoor wordt bijna automatisch je onderrug rechter.

 

 

Tip 4: ontspan je schouders

Het gaat ongemerkt tijdens het piano spelen wanneer je iets moeilijk vindt: je schouders optrekken en je adem inhouden. Wanneer je dit veel doet kan je pijn je nek en schouders en hoofdpijn krijgen: niet fijn! Controleer als je zit of je schouders ontspannen zijn door ze bewust even op te trekken wanneer je inademt en aan te spannen en daarna weer te ontspannen wanneer je uit ademt.

 

Controleer steeds voordat je gaat spelen deze vier dingen en controleer het weer wanneer je klaar bent met een stuk. Hoe vaker je jezelf corrigeert, hoe sneller het een gewoonte is geworden. Het kost je even wat moeite, maar dan heb je daar ook de rest van je leven plezier van!

 

Heel veel studeerplezier!

tips om te lerenIedereen heeft er wel eens last van: je komt niet verder, het lijkt wel of je vastzit! Het voelt alsof het stuk wat je aan het studeren bent veel en veel te moeilijk is. Je geeft de moed op en denkt dat je net zo goed kunt stoppen. Laatst kwam er zelfs een leerling op les die zei: “Ik dacht afgelopen week: Ik kom nooit meer verder, dit was dan pianoles!” Nou zo dramatisch was het echt allemaal niet hoor! En dat is het meestal niet, ook niet als het zo voelt.

 

10 tips om toch weer aan de slag te gaan als je vastzit

Als je vastzit is het stuk waar je mee bezig bent is waarschijnlijk de boosdoener van je moedeloosheid. Het is moeilijk, maar dat is juist goed! Want dan kun je er ook veel van leren!

 

Tip 1

Maak het kleiner. Kies een klein stukje uit en ga daar mee aan de slag. Je hoeft niet in 1 keer heel het stuk te leren. Begin met 2 maten.

 

Tip 2

Maak het gemakkelijker door het eerst met 1 hand te spelen. Doe daarna de andere hand apart en ga pas met beide handen aan de slag als beide handen apart geen problemen meer opleveren.

 

Tip 3

Langzaam rechtenvrij

Doe net als deze slak en overwin de obstakels in een langzaam tempo!

Maak het gemakkelijker door het in een langzaam tempo te spelen.

 

Tip 4

Oefen niet te lang achter elkaar. Na 10 tot 20 minuten heel intensief studeren heb je even een pauze nodig.

 

Tip 5

Oefen zo vaak als je kunt 10 minuutjes dat moeilijk stukje heel intensief. Liefst meerde keren op een dag. Als je moe bent, doe het dan liever nog vaker en korter omdat je dan minder lang geconcentreerd kunt zijn.

 

Tip 6

Ga pas naar de volgende 2 maten als de eerste 2 maten goed zitten

 

Tip 7

Houd een goede vingerzetting aan. Wanneer je het steeds op een andere manier speelt, duurt het langer voordat je het in je vingers hebt.

 

Tip 8

Gebruik rood potlood. Op plekjes die je wel kunt spelen maar toch heel hardnekkig steeds weer fout doet, helpt het om die met rood potlood te omcirkelen. Je ziet het dan eerder en wordt eraan herinnerd dat je daar op moet letten.

 

Tip 9

Houd bij wanneer en hoelang je oefent en laat dat aan je docent zien tijdens de les. Je docent kan dan beter inschatten of je op de juiste weg bent en waar je hulp bij nodig hebt.

 

Tip 10

Gebruik ezelsbruggetjes. Soms is het handiger om in vingerzetting dan in noten te denken. Wanneer je op een bepaald stukje steeds de mist in gaat kan het heel goed werken om bv. te onthouden dat je daar allebei je middelvingers moet gebruiken.

Ik hoop dat je met behulp van deze tips weer verder kunt! Heb je zelf nog tips voor als je vastzit? Reageer dan op deze Blog!

Veel studeerplezier!

verhalen stock-photo-34713938-tell-them-your-storyVan de week had ik een leerling op pianoles en zij speelde een bekend klassiek stuk. De noten zaten er aardig in, maar ze was niet tevreden: “het klinkt zo mechanisch!” zei ze. Ik ben altijd heel blij als iemand zo reageert, want dat betekent dat het voor die persoon duidelijk is dat muziek meer is dan alleen maar de noten goed spelen ( hoewel dat op zich ook al een hele uitdaging kan zijn!). Maar hoe je dat dan, muziek ervan maken?

 

 

Verhaal vertellen

Ik ben altijd al dol verhalen geweest. Als kind van een jaar of 5 deelde ik de slaapkamer met mijn 2,5 jaar jongere zusje. We gingen altijd tegelijk naar bed. Meestal lagen we nog wat te praten. Vaak stelde ik dan voor om haar een verhaaltje te vertellen. Mijn zusje vond dat altijd prima. Meestal wanneer ik zo halverwege mijn eigen verzonnen verhaaltje was, hoorde ik een licht gesnurk uit het andere bed komen. Ze sliep! Hoe kon dat nou? Het was toch een heel mooi en spannend verhaal? Ik lag dan meestal nog een tijdje te denken hoe ik nog beter een verhaal kon vertellen, zodat ze niet voor het einde in slaap zou vallen. Ik geloof niet dat me dat ooit gelukt is! Of dat aan mijn vertelkunst lag of dat ze te moe was, ik zal het waarschijnlijk nooit te weten komen…. Toen vond ik het toch wel een beetje frustrerend dat mijn publiek zomaar in slaap viel, nu kan ik er wel de humor van inzien!

Het maken van muziek lijkt heel erg veel op een verhaal vertellen. Wanneer je het niet goed vertelt wordt het saai om naar te luisteren. Dus wanneer je muziek maakt, zorg dan dat je het verhaal goed vertelt!

 

De komma’s en punten

Eén van de eerste dingen die je op school leert over voorlezen is dat je moet letten op de hoofdletters, punten en komma’s. Je laat met je stem horen wanneer de zin is afgelopen en je haalt adem. Dit moet je ook toepassen in je muziek. Let op hoe de muzikale zinnen lopen. Laat duidelijk horen wanneer een zin is afgelopen en nieuwe zin begint door als het ware een kleine adempauze in te lassen. Om ervoor te zorgen dat je in het tempo blijft, moet je dan de laatste noot van de zin een heel klein beetje korter maken, zodat je de volgende noot weer op tijd kunt spelen.

verhalen stock-photo-29945536-story-word-cloud-on-blackboard

Spannend of….?

Bedenk welke sfeer het stukje zou moeten oproepen. Is het spannend of een lieflijk slaapliedje of juist heel energiek? Wat zou je met je stem doen om zo’n sfeer op te roepen?

Door de verschillende klankkleuren van je stem te gebruiken kun je allerlei verschillende sferen oproepen terwijl je een verhaal vertelt. Probeer ook hoe je verschillende klankkleuren uit je instrument kunt halen en probeer ze uit in jouw verhaal.

 

Hard of zacht

Ook door hard of juist zacht te spelen, kun je verschillende sferen oproepen. Door zacht en intens te spelen en langzaam aan steeds harder te gaan spelen kun je iets spannend maken.

 

Langzaam en snel

Probeer ook eens uit welk effect het heeft wanneer je vertraagt in een stuk, of juist versnelt. Of is het juist heel belangrijk dat het tempo heel strak blijft?

 

Opbouw van het verhaal

Laat horen wanneer het “hoofdstuk” van je muzikale verhaal is afgelopen door b.v. te vertragen en het (tijdelijke) slot mooi af te ronden. Bedenk dat het leuk is om naar te luisteren als er ergens een hoogtepunt in het stuk zit, wat later ook weer wordt afgebouwd. En vergeet niet dat het einde van een stuk heel belangrijk is. Dit blijft nog lang nagalmen in het hoofd van degene die luistert!

 

Vertel je eigen verhaal!

Ik hoop dat ik je hiermee heb geïnspireerd om op zoek te gaan naar allerlei manieren om jouw verhaal het mooist te laten klinken.

En mocht je ooit meemaken dat je publiek in slaap valt terwijl je muziek maakt; raak niet gefrustreerd, hij of zij is vast gewoon heel moe geweest! 😉

 

Veel plezier op de ontdekkingsreis naar jouw verhaal!

 

Viool 1 rechtenvrij

Januari is alweer achter de rug. Had jij ook goede voornemens om dit jaar echt dagelijks te gaan studeren op je instrument? Deze tips helpen je om het ook echt vol te blijven houden! 

 

 

Tip 1: gebruik je kalender
Heb je een mooie gloednieuwe kalender? Hang hem op een goed zichtbare plek. Iedere dag waarop je minimaal 20 minuten hebt geoefend, markeer je met een rood kruis: lekker opvallend! Zo word je steeds aan je goede voornemen herinnerd. Maak er een wedstrijdje met jezelf van om zoveel mogelijk kruisjes achter elkaar te verzamelen.
Heb je nog geen kalender? Zorg dan dat je er 1 in je bezit krijgt, want het werkt echt!

 

Tip 2: maak er een gewoonte van
Iedere dag oefenen op het zelfde moment van de dag zorgt ervoor dat het een gewoonte wordt. Niet hoeven verzinnen wanneer je gaat studeren zorgt ervoor dat het je minder moeite kost om het daadwerkelijk te gaan doen. Net als tandenpoetsen voor je naar bed gaat, daar denk je niet over na, dat hoort er gewoon bij.

 

Tip 3: niet “of” maar “wat” !
Blokkeer heel bewust de vraag of je wel zin hebt om te studeren. Zodra je merkt dat je die kant op gaat denken, verander de vraag dan in: wat zal ik gaan studeren?
Wanneer je te moe bent of je niet lekker in je vel zit, ga dan geen hoge eisen aan jezelf stellen en aan een moeilijk nieuw stuk beginnen. Maar… ga wel muziek maken! Kies iets waar je vrolijk van wordt of waar je je echt in uit kan leven. En daarna een rood kruis tekenen op je kalender!

 

Tip 4: maak muziek omdat je er beter van wordt in alles!
Talloze onderzoeken hebben uitgewezen dat muziek maken heel goed voor je is. Je hersenen worden op een enorme manier gestimuleerd, waardoor ook andere taken je gemakkelijker afgaan. Bovendien helpt het de stresshormonen in je lichaam te verminderen. Veel stress zorgt ervoor dat je vatbaarder bent voor allerlei virussen. Muziek maken helpt je dus ook een betere weerstand op te bouwen.

 

Tip 5: tijd of prioriteit
“Geen tijd om te studeren”, is ongetwijfeld het meest gehoorde excuus. Bijna niemand heeft tijd teveel, vrijwel iedereen heeft tijd te weinig. Realiseer je, wanneer je op het punt staat om dat excuus te gebruiken, dat je altijd tijd kan maken voor iets wat prioriteit heeft. Geen tijd hebben om te studeren betekent dus eigenlijk dat je het niet belangrijk genoeg vindt om er tijd voor te maken! Wanneer je fit en ontspannen bent gaat alles wat je moet doen veel sneller en beter. Tussen je taken/werk/huiswerk door gaan studeren helpt je weer om je op te laden en daarna beter te presteren. Help jezelf en geef studeren prioriteit!

 

Heb jij nog een goede tip om elke dag studeren beter vol te houden? Reageer dan op deze blog! Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen!

Nog meer over dit onderwerp kun je lezen in mijn blog:  

http://muziekstudio-legato.nl/geen-tijd-om-te-studeren-met-deze-tips-gaat-het-wel-lukken/

Veel studeerplezier!

 

Koude handen! Hoe vervelend is het als je daar last van hebt, helemaal als je muziek gaat maken. Nu het weer tijd is om je handschoenen tevoorschijn te halen, heb ik ook wat tips voor je om die koude handen weer om te toveren in warme handen!

 

Ik heb altijd snel last van koude handen. Heel vervelend bij muziek maken: je vingers willen dan echt niet wat jij wilt! Hier een paar tips om je koude handen te lijf te gaan die bij mij altijd prima werken!

1. Kom in beweging!

Als je koude handen hebt nadat je een tijdje stil hebt gezeten, moet je er eerst voor zorgen dat je bloed weer wat harder gaat stromen. Dus: zet je favoriete nummer op en ga dansen, ga een minuutje (touwtje)springen, ga ravotten met de hond, of , iets minder leuk maar wel weer heel nuttig, pak de stofzuiger en ga fanatiek de kamer zuigen. Zelf iets verzinnen kan ook natuurlijk!

 

 

2. Knijpen

Maak vuisten met je duimen over je vingers (dus niet eronder!) en knijp zo hard mogelijk, koude handen rechtenvrijongeveer 3 seconden.

 

3. Strekken

Strek je vingers en doe ze zo wijd mogelijk uit elkaar, ook weer 3 seconden.
Doe het knijpen en strekken afwisselend 10x

 

4. Losschudden

Nu je handen losschudden: laat je vingers “rammelen” en ontspan je handen zoveel mogelijk (pas op dat je hierbij geen ring verliest, bij mij vliegt er nog wel eens eentje door de lucht!)

 

5. Warm drinken

Wat ook altijd heerlijk is: een kop warme chocolademelk, hete thee of koffie. En daar lekker je handen aan warmen! Misschien niet de meest effectieve, maar zeker wel de lekkerste tip! 😉

 

Warming-up

Herhaal de warming-up oefeningen zo vaak als je wilt. Bedenk wel dat welke oefening je ook doet met je handen: het mag nooit pijn doen! Na het doen van bovenstaande oefeningen voelen je handen misschien nog wel koud aan, maar wel een stuk minder stijf. Ook als mijn handen niet koud zijn doe ik deze oefeningen voor ik ga studeren. Zie het als een warming-up: je handen zijn soepeler, je kan beter presteren en loopt minder kans op blessures. Misschien had je het zo nog niet bekeken, maar muziek maken is ook een sport!

Heb jij zelf nog een handige tip? Reageer dan op deze blog!
Wil je nog meer leren? Kijk op mijn site voor meer informatie of neem contact op voor maken van een afspraak voor een gratis proefles.

Veel studeerplezier (en geniet van je warme chocolademelk!)

koude handen 3 rechtenvrij

 

Dm akkoord

Vind je het lastig om 2 noten (of meer) tegelijk met 1 hand mooi te spelen?

Kijk dan naar de volgende video voor tips!

Klik op onderstaande link om naar de video Dubbelgrepen te gaan:

dubbelgrepen video

boos rechetnvrij

Mopperen op jezelf terwijl je een muziekstuk aan het spelen bent; Ik heb meerdere leerlingen die het doen, maar 1 is er bijzonder goed in! Wat ze dan roept over zichzelf is echt niet aardig! Ik zou het niet in mijn hoofd halen om zulke dingen over haar te zeggen. Zij zou het ook nooit over een ander zeggen, maar, voor zichzelf mag ze streng zijn, zegt ze. 

 

Sukkel!

 
Misschien doe jij het ook wel eens: jezelf een grote sukkel noemen omdat iets fout gaat. Ik ook hoor, wanneer ik echt iets doms heb gedaan en al helemaal wanneer ik iemand anders daarmee benadeeld heb. Maar wanneer je muziek aan het maken bent, of iets anders aan het oefenen of trainen bent, moet je het echt niet doen! Je helpt jezelf er totaal niet mee! Je raakt alleen maar gefrustreerd en dat komt je prestaties zeker niet ten goede!
Wat moet de dan wel doen?

Praten tegen jezelf

Praten tegen jezelf, of dat nu hardop of in jezelf is, doet iedereen. Maar wees je wel heel bewust van wat je zegt! Doe het zoveel mogelijk op de volgende manier:

 
Gaat het goed, zeg dan ook: “Dat heb je goed gedaan!” en wees er blij mee!
 
Gaat het wel oké, zeg dan: “Dat was wel oké” en bedenk wat je wilt verbeteren.

 

Blijf neutraal!

Gaat er van alles mis, zeg dan: “Hier moet aan gewerkt worden” Niet boos, maar heel neutraal! En neem dan even de tijd om te bedenken hoe je dat het beste aan kunt pakken.
Hoe rustiger je blijft, hoe beter je een strategie kunt bedenken, hoe sneller je het gewenste resultaat bereikt. 
 

Zelfvertrouwen

Wanneer je iemand anders dingen ziet doen die mislukken, ga je zeer waarschijnlijk die persoon niet uit lopen schelden voor “sukkel”. Dat is wel heel onaardig en je weet ook dat niemand er iets mee opschiet! Scheldt dus ook jezelf niet uit, want ook dat is onaardig en het ondermijnt je zelfvertrouwen meer dan je denkt!

Frustratie

Dus alleen: “Hier moet aan gewerkt worden” en je frustratie gooi je gewoon door het raam naar buiten! Of door de deur, dat mag ook. 😉 




Veel studeerplezier!


 

 

staart rechtenvrij

Dit is misschien een beetje ouderwets gezegde, het betekent: het gevaar zit op het eind. “Coda” is het Italiaanse woord voor “staart”. Het wordt in muziek veel gebruikt om de laatste paar maten van het stuk aan te duiden. Je kunt dus ook zeggen: het venijn zit hem in het coda!

 

Het coda

Waar het spreekwoord precies vandaan komt weet ik niet, maar wel dat het vaak opgaat bij muziekstukken! 2 leerlingen hadden afgelopen week een nieuw stuk goed gestudeerd. Het enige waar het niet lekker liep was het coda, of zelfs alleen het slotakkoord. Dit is een fenomeen wat ik vaak tegenkom in mijn lespraktijk.

 

Verklaring

Hoe komt het dat het laatste gedeelte vaak moeilijk gaat?
Daar heb ik wel een eenvoudige verklaring voor:
Ten eerste begin je altijd te studeren aan het begin van een stuk. Het laatste deel studeer je daarom zeer waarschijnlijk minder, of minder lang, dan het begin. Het begin zal daarom gemakkelijker gaan.
Ten tweede staan er in een stuk vaak gedeelten die herhaald worden. Die heb je daardoor dus al vaak gespeeld. Een coda of slotakkoord komt maar 1 keer voor. Minder vaak geoefend betekent meestal, minder goed kunnen spelen!

 

Tips

Wanneer je beseft dat het coda niet moeilijker is dan de rest, maar dat je het gewoon wat meer moet oefenen, ben je al een eind op de goede weg. Hier nog wat concrete tips:
– oefen het coda een paar keer voordat je het stuk helemaal gaat spelen. Oefen het ook weer als laatste nog een paar keer extra. Op deze manier zorg je dat het coda niet achter loopt in het aantal gespeelde keren.

 

Sprong

Wanneer het slotakkoord het probleem is, heeft dat vaak te maken met de grote sprong die je met je handen moet maken. Bij een grote sprong is het altijd belangrijk dat je naar je handen kunt kijken omdat het op je gevoel meestal niet goed lukt. Naar je handen kijken lukt niet als je naar je bladmuziek moet kijken: uit je hoofd weten wat je moet spelen is dus een must. Daarbij helpt het enorm als je precies weet hoe het er uitziet/voelt/klinkt wanneer je het akkoord speelt. De tip:
– Speel het slotakkoord zo vaak mogelijk. Iedere keer als je langs je instrument loopt: slotakkoord! (staat je instrument niet in een looproute, loop er dan toch vaak langs!) Ben je aan het oefenen en heb je net een ander stuk gespeeld: slotakkoord! Probeer de toets combinatie zo snel mogelijk te vinden.

 

Het helpt echt, probeer maar!

Veel studeerplezier!