Het spelen van akkoorden bij een melodie, is meestal goed te doen als je de betreffende akkoorden goed kan spelen. Maar als er een paar nieuwe akkoorden in het stuk voorkomen, is het een stuk lastiger! De manier van studeren die je hierbij het beste kan toepassen, leg ik je uit in deze blog.

 

Melodie en akkoorden

Wanneer je een melodie met de rechterhand en akkoorden met de linkerhand moet gaan spelen, geef ik meestal het advies om eerst de melodie apart en de akkoorden apart te studeren. Zeker wanneer er meerdere nieuwe akkoorden geleerd worden in het stuk, en/of wanneer de melodie best lastig is om te spelen. Dat was ook het geval bij een leerling die ik deze week op les had. Zij had de partijen voor beide handen apart ingestudeerd. De melodie kon ze goed spelen, en de nieuwe akkoorden gingen ook al best goed. Daarom was ze inmiddels begonnen met het spelen van beide handen tegelijk. Maar dat lukte niet zo goed.

 

Haperingen

Steeds wanneer ze van akkoord moest veranderen, stopte ze even, haalde haar linkerhand van de toetsen, om ze vervolgens op de juiste plek terug te zetten voor het nieuwe akkoord. Dat kost natuurlijk te veel tijd, en het gevolg was dat er veel haperingen in zaten.

 

Waar zit het probleem?

Ze vroeg zich dan ook af waarom het niet wilde lukken met 2 handen tegelijk, terwijl ze beide handen los van elkaar wel kon spelen. Nu is het altijd veel moeilijker om met 2 handen te spelen dan met 1, dat is logisch, je moet immers je aandacht gaan verdelen. Maar er speelde nog iets mee.

 

Los van elkaar

Wanneer een melodie gaat instuderen, bekijk je die horizontaal: van links naar rechts, van muzikale zin na muzikale zin. De meeste leerlingen doen dat niet met de akkoorden, die worden vaak juist verticaal bekeken: Dit akkoord speel ik tegelijk met die noot in de melodie.
Hoewel dat zeker ook belangrijk is, helpt het enorm als je de akkoorden ook horizontaal bekijkt.

 

In de context

Wanneer je weet uit welke tonen het nieuwe akkoord is opgebouwd en in welke ligging je het gaat spelen, is het tijd voor de volgende stap: plaats het akkoord in de context.
Kijk welk akkoord je ervoor speelt en wat er precies moet veranderen om naar het volgende akkoord te gaan. Misschien kun je vingers laten staan, of staan er al vingers op de juiste plaats. Wanneer je goed weet wat er verandert, ga je die wisseling net zolang oefenen totdat het niet meer moeilijk voelt. Dan kijk je vervolgens naar het akkoord wat daarna komt. Daarmee volg je weer hetzelfde ritueel van uitzoeken wat er verandert, en vervolgens de wisseling oefenen.

 

Voorbeeld

Op deze manier hoef je minder te onthouden. Een voorbeeld: je moet de volgende akkoorden achter elkaar spelen: C G Em Am Dm
Alleen van G naar C akkoord kan je blindelings goed spelen. De andere 3 akkoorden weet je wel, maar daar moet je wel over nadenken. Het kost dan veel meer tijd en moeite om te bedenken dat het Em gespeeld moet worden als: G (met pink), B (met middelvinger) en E (met duim), dan wanneer je onthoudt dat je vanuit het G akkoord (G-B-D) alleen je duim 1 witte toets naar rechts moet verplaatsen.
Van Em naar Am (A-C-E), kan je je duim laten staan en moet je je ringvinger en wijsvinger gebruiken voor de A en C. Ze staan al op de juiste plek.
Van Am naar Dm (A-D-F): je ringvinger blijft hetzelfde, je wijsvinger en duim schuiven allebei 1 witte toets naar rechts.

 

Nog niet het gewenste resultaat?

Wanneer je bovenstaande manier hebt gebruikt om te studeren, en het lukt nog steeds niet goed met beide handen tegelijk, kan je nog het volgende doen:
Oefen de akkoordwisseling met de noot in de rechterhand die er op die plek bij staat. Dus: eindig je met het G akkoord met in de melodie een G, en is de noot die je tegelijkertijd met het Em moet spelen een B, dan speel je die erbij. Je zoomt dan echt in op het moeilijke stukje, waardoor je het eerder in de vingers krijgt dan wanneer je steeds bijvoorbeeld een hele regel speelt.

 

“Waarom ben ik daar zelf niet opgekomen? Het is zo logisch!”, zei mijn leerling, nadat ze mijn tips uitgeprobeerd had. Tja…, dat is 1 van de redenen waarom je les hebt, toch? 😉

Veel studeerplezier!

Je weet vast al wel dat je het beste bij een nieuw muziekstuk eerst de handen apart kunt oefenen. Zeker als het een stuk is wat moeilijk voor je is. Maar wat moet je doen, als je het goed met beide handen apart kunt spelen, en het toch met 2 handen tegelijk maar niet wil lukken??

 

 

Wil je liever de video kijken dan de blog lezen? Hieronder vind je de link:

De video: Maak kleine stappen

De stap is te groot.

Het is een veel voorkomend probleem bij leerlingen. De stap van handen apart naar 2 handen tegelijk is soms best groot en vele malen moeilijker. Zelfs in een heel langzaam tempo. De stap is dan gewoon nog te groot. Je moet dus op zoek naar een tussenstap in het oefenen. “Maar hoe doe je dat dan?” Vraag je jezelf wellicht af. Dat is afhankelijk van de situatie!

 

Voorbeelden en tips

Afgelopen week ben ik bij 3 verschillende leerlingen hiermee bezig geweest. Alledrie op een ander niveau en met andere stukken. Ik zal je vertellen wat er gebeurde en welke tips ik gegeven heb!

 

Akkoorden met rechterhand en basnoot links

 

Deze leerling speelde met de rechterhand akkoorden in verschillende liggingen. Het ging erom verschillende liggingen van de akkoorden te spelen met een vingerzetting die erbij genoteerd stond. Op zich gingen de akkoorden in de rechterhand best goed. En de linkerhand was helemaal niet moeilijk: alleen de grondtoon van het akkoord. Dus als de rechterhand 4 tellen C akkoord had, moest de linkerhand tegelijkertijd de C spelen. Dat lijkt niet zo moeilijk! Maar wanneer je al je aandacht nodig hebt voor de rechterhand, is dat het toch wel!

 

De tip die ik hem gegeven heb is:

Zeg hardop wat je moet doen met links, terwijl je rechts speelt. Dus speel je rechts een C akkoord, dan zeg je tegelijk: “C” Dat moet je echt hardop doen, dat werkt het beste!
Na dit een paar keer gedaan te hebben, ging het ook met 2 handen tegelijk al beter. Mijn leerling vond het een goede tip!

 

Kleine stapjes

De gedachte die erachter zit is dat je het in heel kleine stapjes moeilijker maakt. Is de stap te groot, dan lukt het niet. Door hardop te zeggen wat je moet doen, haal je iets van de aandacht voor je rechterhand weg. En tegelijkertijd besef je beter wat je precies moet doen en wat je gaat doen. Dat helpt om het sneller onder de knie te krijgen.

 

Blues riff met walking bass

De 2e leerling die afgelopen week met zo’n zelfde probleem zat, was iemand die een Blues riff aan het instuderen was. Na hard studeren zat de rechterhand er best goed in. De rechterhand partij van die riff (een kort muziekstukje wat vaak herhaald wordt en je op vele stukken kunt toepassen) is ritmisch lastig. Met syncopen , triolen en achtste noten die in jazz style gespeeld moeten worden. De linkerhand partij is eigenlijk niet moeilijk. Daar heb je iedere tel maar één noot. Het is een simpele lopende bas partij. Je zou dan kunnen denken dat het niet moeilijk is om de linkerhand erbij te spelen. Nou, dat denk je dan verkeerd!

 

Het probleem

Het probleem zit het hier in het vasthouden van de beat en die met je linkerhand laten horen. Die linkerhand wil veel liever de rechterhand in het ritme volgen! Dus moet je die linkerhand op een meer eenvoudige manier trainen, om in plaats van het ritme van de rechterhand, de beat te blijven volgen!

 

Tip 2

De tip die ik gegeven heb aan deze leerling is om met de linkerhand de beat op zijn been te slaan terwijl hij rechts de riff speelt. Op die manier hoef je niet aan de noten van de linkerhand te denken, maar oefen je wel de onafhankelijkheid tussen linker en rechterhand. Wanneer deze oefening lukt, kun je het met de noten in de linkerhand gaan proberen.

 

Menuet van Bach

De 3e leerling waar ik over wil vertellen, was begonnen met een menuet van Bach. Het menuet dat je wel kent van de Efteling. Het klinkt vanuit de paddestoelen in het sprookjesbos! De melodie is dus heel bekend en kon deze leerling naar een week ook prima spelen. De linkerhand ging ook wel. De noten zijn daarvan niet moeilijk, maar je hoort er geen melodie in, waardoor het lastig oefenen is. Je kunt je er dan geen voorstelling van maken hoe het moet gaan klinken.

 

Tip 3

Deze leerling speelt thuis op een digitale piano met een opname mogelijkheid. Ik heb haar het advies gegeven om de melodie van de rechterhand op te nemen. Ze kan dan steeds de linkerhand “live” erbij spelen. Wanneer je het op die manier oefent, ga je veel beter horen hoe de partijen van die 2 handen een geheel moeten vormen. Je oefent maar 1 hand, maar je leert tegelijk hoe het resultaat met 2 handen moet klinken.

Ik ben benieuwd hoe het deze week met de leerlingen gaat; of deze tips ze goed geholpen hebben.

Ik hoop ook dat jij er je voordeel mee kunt doen. Ik wens je veel studeerplezier!

Lastige loopjes!

Je herkent het vast wel: je kunt een stuk best goed spelen, op dat ene plekje na! Daar moet je veel snelle noten achter elkaar spelen en gaat het steeds mis. Dat is balen! Wil je er verandering in brengen en ervoor zorgen dat het wel goed gaat? Hieronder geef ik je tips hoe je het het beste aan kunt pakken!

 

 

Vooral niet doen:

1. Denken dat je het toch nooit leert en de moed opgeven
2. Boek in een hoek smijten
3. Jezelf een sukkel vinden
4. Besluiten dat het te moeilijk is en dat je beter iets makkelijks kan gaan doen, want:
Op die manier leer je het inderdaad niet!

 

 

Wat je wel moet doen, 6 tips:

1. Blijf rustig, haal een paar keer diep adem en ontspan
2. Je gaat dit zeker leren, het kost alleen tijd en geduld en doorzettingsvermogen. Maar als het je straks lukt: voelt het GEWELDIG!
3. Kijk nog eens goed naar die noten en zie de logica: is het een toonladder figuur (trappetje omhoog of omlaag)?
4. Hoe speel je dit het beste op je instrument? Probeer langzaam uit welke vingerzetting het beste werkt of welke grepen het zijn.
5. Wat zijn de belangrijke noten? Vaak zitten die op de hele tel. Speel deze eens apart en luister goed hoe het dan klinkt. Speel het dan nog eens met de noten die ertussen liggen. (wordt het al overzichtelijker?)

Nu begrijp je al veel beter wat je moet gaan spelen. Lees nu nog eens tip 2 hardop aan jezelf voor!

6. Nu langzaam het loopje studeren, 10x.  Dan met de maat ervoor erbij.
Ben je al moe? Ja? Oké, morgen weer verder, je hebt goed gewerkt!
Ben je nog niet moe? Goed zo! Speel het hele stuk nog een keer en ga dan iets anders doen!

 

De volgende dag: herhaal tip 1 t/m 6

7. Studeer het loopje in een ander ritme, b.v. maak iedere eerste noot de helft langer en iedere tweede de helft korter en andersom
8. Studeer het loopje (nog steeds langzaam!) van achter naar voren
Gedaan? Speel het hele stuk nog een keer. Denk erom: niet boos worden als het loopje nog niet goed gaat! Trakteer jezelf op een kop koffie/glas limonade, dat heb je wel verdiend! Ga iets leuks doen, morgen weer verder.

 

Dag 3 en verder: herhaal tip 6 t/m 8

9. Probeer heel langzaam het tempo van het loopje te verhogen en als je het hele stuk speelt, doe dat dan niet te snel.
10. Denk : “Makkelijk!” wanneer je het gaat spelen. Zodra je gaat denken: “O jee, daar komt het weer! “, blokkeer je jezelf en gaat het inderdaad mis. Dus: Makkelijk! Schrijf het er bij, echt waar het werkt! (Ik heb het ook in mijn muziek staan, dat heb ik ooit geleerd van mijn dwarsfluit juf!)

 

Hoe lang het nog duurt voordat het echt goed gaat, hangt natuurlijk ook af van de moeilijkheid van het loopje. Maar als je hier een week mee bezig bent geweest, moet je toch duidelijk merken dat het al beter gaat! Soms blijkt het toch iets te hoog gegrepen. Laat het dan een maand of 2 in kast liggen en probeer het daarna nog eens, vaak lukt het dan wel!

Tot slot een wijze spreuk oude moed erin te houden 😉

 

 

Veel studeerplezier!

Anita Delfos

“Dit stuk heb ik goed gestudeerd; dat ging wel lekker! Maar dat andere stuk is zo moeilijk! Ik kom er niet toe om daar aan te beginnen!”, vertelde een leerling aan mij aan het begin van de les. Heb jij daar ook wel eens last van? Uitstelgedrag: dit kun je er aan doen!


In veruit de meeste gevallen, blijkt achteraf dat het stuk helemaal niet te moeilijk was. Maar als je iets er moeilijk uit vindt zien, en het niet gelijk lukt, is de verleiding groot om dan maar wat anders te gaan doen. Uitstelgedrag, noemen we dat. Heel lastig en je voelt je er ook nog eens vervelend over omdat het niet lukte en omdat je niet hebt doorgezet. Toch kan ook jij dit gedrag doorbreken met behulp van een paar simpele tips.
 
1. Besef dat dit stuk, naar alle waarschijnlijkheid weliswaar niet gemakkelijk is, maar ook niet zo moeilijk dat je het niet kan leren. Je mag ervan uitgaan dat je docent goed weet wat je aankunt.
 
2. Realiseer je ook dat je alleen maar leert en vooruit gaat wanneer je dingen doet die net even buiten je comfortzone liggen. Makkelijke stukken zijn dus eigenlijk niet zo zinvol wanneer je beter wilt worden.
 
Dat is allemaal prima, hoor ik je denken, maar wat helpt me nu om daadwerkelijk aan de slag te gaan?
 
3. Babystapjes!

Vaak zul je ervaren, dat wanneer je eenmaal begonnen bent, je het steeds beter gaat begrijpen en onder de knie krijgen. Je moet alleen klein beginnen! Ga vooral niet proberen het hele stuk te spelen, maar geef jezelf een hele kleine, echt belachelijk kleine, opdracht om mee te beginnen. Maak het zo klein dat je echt geen enkel excuus kunt bedenken om dit niet te doen. Bv.: ik speel de eerste maat 3 keer in een langzaam tempo. Dat duurt misschien maar een minuut of 2. Goed te doen, toch? Is dat zelfs nog te moeilijk? Zoek dan bv. alleen uit welke noten je moet spelen en schrijf dat op. Of zoek het ritme uit en schrijf het erbij hoe je het moet tellen. Gewoon alleen maar 1 maat. De volgende dag doe je weer iets eraan, maar weer zo weinig dat het geen opstakel is om aan te beginnen.

 

Het gaat sneller dan je denkt!

Je denkt misschien: “dan duurt het eeuwen voordat ik het kan spelen” Het lijkt niet op te schieten, zeker in het begin, dat is waar. Maar stel dat je iedere dag 1 maat doet, dan heb je in 2 weken tijd misschien wel een hele bladzijde gedaan. Dat is toch een stuk meer dan wanneer je het maar uitstelt en er niets aan doet, toch?!? Daarbij komt dat je vaak stukjes hebt die herhaald worden, of die er zo op lijken dat je het sneller onder de knie hebt dan je zou denken. En wanneer je eenmaal lekker bezig bent, heb je misschien wel zin om nog even wat meer te oefenen!

Ga gewoon beginnen: Je zal merken dat het je lukt en dan kan je trots zijn op jezelf dat je toch door hebt gezet!

Wil je nog meer tips om mee aan de slag te gaan? Lees dan hier verder: https://www.muziekstudio-legato.nl/een-slimme-start/

 

 
Veel studeerplezier!

 

Vakantie!! Vandaag verwachten ze veel files, want de zomervakantie is begonnen. Geen werk, school en muzieklessen voor de komende weken. Heerlijk uitrusten en genieten van het mooie weer! Maar 6 weken zonder muziek maken is best lang. Ben je bang dat je daarna weer veel bent vergeten? Ik geef je 6 tips om slim te studeren in de vakantie. Zo kun je volop genieten van je vakantie en ben je daarna weer snel op je oude niveau!

 

 

 

Mijn zomervakantie

Toen ik studeerde aan het toenmalige Rotterdams Conservatorium, ging ik altijd pas weer de laatste 2 weken van de vakantie studeren. Zolang ik me kan herinneren heb ik altijd in de zomervakantie een paar weken helemaal of bijna niets aan muziek studeren gedaan. Wanneer de zomervakantie aanbreekt, heb ik altijd een drukke periode achter de rug. Tegenwoordig is dat met allerlei optredens, open dagen, rapportjes maken. Toen ik nog op school zat en later studeerde, was dat met toetsen, tentamens en (overgangs)examens. Ik was altijd wel aan vakantie toe en wilde dan een paar weken vooral rust. Sommige studiegenoten van mij hadden vaak de zomervakantie ook nog vol gepland met muziekkampen en extra cursussen. Daar had ik nooit de energie meer voor en ook helemaal geen zin in! Ik was dan al het hele schooljaar heel intensief met muziek studeren bezig geweest. De zomervakantie wilde ik andere leuke dingen doen die even niets met muziek studeren te maken hadden.

 

Weer studeren

Uiterlijk 2 weken voordat de lessen begonnen, ging ik altijd weer volop studeren. Dat was de tijd die ik nodig had om er weer helemaal in te komen en terug op mijn oude niveau te komen. De rust die ik had genomen zorgde ervoor dat ik daarna weer helemaal zin in had om te beginnen.  En dat is eigenlijk altijd zo gebleven.

 

Toe aan vakantie

Jouw zomervakantie is misschien wel heel anders dan die van mij. Maar in mijn omgeving zie ik wel dat eigenlijk iedereen toe is aan vakantie! Voel je dan ook vooral niet schuldig als je het muziek studeren even een paar weken laat liggen. Waarschijnlijk zal je in deze periode niet 6 weken op vakantie zijn. Wanneer je in de overige weken er toch voor wilt zorgen dat je een beetje in vorm blijft, heb je misschien de vraag: hoe doe je dat dan? Om je op weg te helpen heb ik hier 6 tips voor je.

 

Tips

1. Wanneer je een tijdje niet gestudeerd hebt, moet je weer even een paar dagen de tijd nemen om de “conditie” van je concentratie op te bouwen. Was je daarvoor gewend om een half uur achter elkaar te studeren, verdeel dat dan nu even in 2x een kwartier. Bijvoorbeeld door een pauze in te lassen of door er ‘s morgens en ’s avonds een kwartier voor uit te trekken.

2.Begin met een muziekstukje wat je leuk vindt en wat je voor de vakantie al goed kon spelen. Misschien lukt het nog niet de eerste keer om het goed te spelen en lijkt het weg te zijn uit je geheugen, maar na een paar keer oefenen zal je merken dat het weer bovenkomt.

3. Oefeningen zoals toonladders zijn altijd goed om je enigszins vastgeroeste vingers weer een beetje los te krijgen. Maar ook stukjes die wat meer van je vingervlugheid eisen, zijn prima om weer terug in vorm te komen.

4. Pak de muziek erbij waar je al eens aan begonnen was, maar wat toen net te moeilijk bleek. Nu je weer met frisse moed gestart bent, lukt het je vast veel beter om het in te studeren.

5. Maak een repertoirelijst. Duik in je stapel bladmuziek en ga 10 stukken uitzoeken die je leuk vindt om te spelen. Schrijf ze op en ga ervoor zorgen dat je ze allemaal goed kunt spelen.

6. Kies  minimaal 1stuk uit je repertoirelijst die je echt helemaal uit je hoofd gaat leren. Nu je niet veel aan je hoofd hebt, is dit een prima oefening waar je ook nog eens veel plezier van hebt! Wil je nog tips hoe je een stuk het beste uit je hoofd kunt leren spelen?

Lees dan : https://muziekstudio-legato.nl/uit-je-hoofd-spelen-kan-je-dat/

Veel studeerplezier en geniet van je vakantie!

 

 

smoezen top 10Smoezen:Ik hoor ze regelmatig, allerlei redenen waarom je echt niet kon studeren. Het is ook niet altijd even gemakkelijk om de tijd te vinden om te studeren, dat weet ik ook echt wel uit eigen ervaring! Maar soms, bij de een vaker dan bij de ander, vallen die redenen toch eigenlijk wel onder de noemer “smoezen”. Wanneer dat zo is, weet je het waarschijnlijk zelf ook wel. Maar het is soms wel eens makkelijk om te denken dat zo’n smoesje de waarheid is. En dat zelf doorbreken is lastig. Daarom ga ik je hierbij helpen!

 

Smoes 1

Ik had geen tijd!

Smoes 2

Ik ben vergeten te oefenen!

Smoes 3

Het was echt te moeilijk!

Smoes 4

Het was veel te warm om te kunnen oefenen.

(oké, het was inderdaad erg warm…)

Smoes 5

Ik was op vakantie

(Die snap ik ook! Smoes geaccepteerd.)

Smoes 6

Ik kon mijn spullen niet vinden en vond ze pas weer vlak voor ik hierheen kwam. Mijn zusje/moeder/broertje/ nichtje/vriendinnetje …. Had mijn boeken ergens anders neergelegd

Smoes 7

Ik heb de boeken bij mijn vader thuis laten liggen en ik was de rest van de week bij mijn moeder. (andersom komt ook voor…)

Smoes 8

Mijn ouders hebben niet gezegd dat ik moest oefenen

(Het principe van afschuiven, altijd handig.)

Smoes 9

Ik moet veel sporten en had te veel huiswerk

Smoes 10

Ik ben mijn spullen vergeten mee naar de les te nemen.

(in de hoop dat ik zo niet ontdek dat er gewoon niet gestudeerd is. Helaas, de boeken heb ik ook en ik herinner me ook altijd wel weer waar de vorige keer de moeilijkheden zaten 😉 )

 

smoezen top 10

Iedereen heeft het druk…..

Geen tijd hebben. Ja, die ligt heel voor de hand! We hebben het immers allemaal druk. Dus geen tijd hebben is een groot probleem.

Of heb je toch wel tijd?

Is het een smoes? Hoeveel tijd heb je gespendeerd aan bank hangen voor de tv? Of Youtube filmpjes kijken? Of het volgende level van je favoriete spel te spelen? Bank hangen

Ik bedoel maar…..

Geen tijd hebben heeft vaak te maken met het stellen van prioriteit en het ontwikkelen van zelfdiscipline. Dus kom van die bank af en ga studeren 🙂

 

 

10 tips om toch te studeren

  1. Tijd om te oefenen heb je niet zomaar “over”. Je zult er echt moeite voor moeten doen om die tijd ervoor te reserveren. Plan dus die tijd in.
  2. Ga niet vooraf zitten bedenken of je wel zin hebt. Ga ook niet wachten met studeren totdat je zin krijgt om te studeren. Begin gewoon wanneer je het gepland had: gewoon doen!
  3. Neem een vast tijdstip om te oefenen. Vlak na het eten, wanneer je net thuis bent, ’s morgens voor je naar school/ werk gaat. Maakt niet uit wanneer, maar als je het altijd op het zelfde moment van de dag doet, vergeet je het niet zo snel.
  4. Maak het een vast ritueel. Net als tandenpoetsen voor je naar bed gaat. Je doet het gewoon, omdat je het altijd doet. Als je het dan een keer overslaat, voelt het erg ongemakkelijk!
  5. Zet een reminder in je telefoon op het tijdstip dat je zou gaan oefenen
  6. Blokkeer die tijd in je agenda
  7. Stel een timer in op de tijd die je wilt gaan oefenen. Wanneer je die tijd goed gestudeerd hebt, kan je daarna iets gaan doen waar je op dat moment zin in hebt
  8. Houd een studeerschema bij. Ik maak voor mijn leerlingen studeerbladen waarop ze noteren wanneer en hoelang ze geoefend hebben. Dit is een goede stimulans en helpt ook zicht te krijgen wanneer en waarom het soms niet lukt om te studeren
  9. Vertel aan mensen om je heen dat je iedere dag moet oefenen.
  10. Bedenk waarom je het doet en ga met een glimlach aan de slag!

 

 

Veel studeerplezier!

Je studeert en oefent om ergens beter in te worden. Dat is prima! Onderzoek heeft uitgewezen dat je een gelukkiger  mens wordt wanneer je het beste uit jezelf probeert te halen. Toch is het ook een valkuil, want wanneer ben je goed genoeg?

 

Perfectionisme

Ik heb het er al eens eerder in een blog over gehad: perfectionisme. Ik ben jarenlang zelf een perfectionist geweest en vond dat van mezelf een goede eigenschap. Alles wat ik deed moest perfect en pas dan was ik tevreden over mezelf. Het heeft me uiteindelijk een burn-out opgeleverd; dat was een harde les. En zelfs toen viel het kwartje nog steeds niet echt. Wel dat ik minder moest gaan doen, maar hoe? Pas jaren later legde ik echt de link tussen mijn onzekerheid en mijn hang naar perfectionisme. Of liever gezegd, toen durfde ik pas echt aan mijzelf toe te geven dat ik zo streng voor mezelf was omdat ik bang was om te falen en daardoor afgewezen te worden. Het was in de loop der jaren erin geslopen en zo gewoon voor mij dat ik het zelf niet zag. Vooral bij het maken van muziek voelde het alsof ik geen fouten mocht maken: ik had immers een conservatorium opleiding, was keurig afgestudeerd, dus moest ik alles ook kunnen. Dit alles resulteerde in podiumangst.

Goed genoeg?

Als je jezelf een beetje herkent in dit verhaal, kan ik je dit boek aanraden:
“De kracht van kwetsbaarheid” door Brené Brown
Een citaat uit dit boek:
“Door de manier waarop je bent opgevoed of waarop je in de wereld staat, heb je bewust of onbewust je eigenwaarde gekoppeld aan de manier waarop je product of kunstwerk wordt ontvangen. Simpel gezegd: als het in de smaak valt, dan ben je waardevol, zo niet, dan ben je waardeloos.”
Om het risico uit de weg te gaan, vind je jezelf niet goed genoeg. Pas wanneer je perfect bent, zal je pas in staat om dat optreden te doen. Helaas! Laat mij je uit de droom helpen: je zat nooit perfect worden, niemand zal ooit perfect worden!
Wanneer je wacht met optreden totdat je perfect bent, zal je dus nooit het plezier ervaren en de voldoening die het geeft wanneer je mensen met je muziek blij maakt. Je ontzegt jezelf ( en anderen! ) daardoor veel moois, waar je later misschien wel veel spijt van krijgt. 

 

Perfectie is een als een ster aan de hemel

De boodschap is dan ook: streef naar perfectie, maar accepteer tegelijkertijd dat het nooit perfect zal worden. Een mooie uitspraak die ik hierover hoorde: laat je leiden door perfectie als een ster aan de hemel en niet als een verre kust.
Of, zoals Brené Brown zegt: Heb de moed om niet perfect te willen zijn!
Is dat gemakkelijk? Nee, zeker niet! Ook dit is een kwestie van veel oefenen, jezelf blijven voorhouden dat het goed is dat je doet waarvan je in je hart weet dat je het moet doen. Steeds weer de moed bij elkaar schrapen en steeds een beetje sterker worden door vallen en opstaan. Niet gemakkelijk, wel heel waardevol!

Een paar tips tot slot:

Begin klein

Laat het eerst horen aan de mensen die je volledig vertrouwt. Mensen waarvan je weet dat, hoe je ook verprutst, ze toch wel van je houden en je altijd zullen steunen.

Wees trots op jezelf

Of het goed gaat of niet, het voornaamste is dat je de moed hebt getoond om het te doen.

 

Blijf volhouden

Blijf studeren, blijf optreden. Je zult steeds beter met de druk om kunnen gaan en er steeds meer plezier aan beleven. En als er een keer een misser tussen zit: gewoon weer doorgaan!

Wil je nog meer tips over dit onderwerp? Lees dan: http://muziekstudio-legato.nl/hoe-perfectionistisch-ben-jij/

Veel plezier met studeren en optreden!

 

 

 

favorieten rechtenvrijWanneer ik mijn contactenlijst open op mijn telefoon, zie ik een lijstje met “Favorieten”. Heel handig, want degene die ik het meest bel, sms, of WhatsApp, heb ik dan snel gevonden. Met veel van mijn leerlingen ben ik ook bezig met het maken van een lijstje met Favorieten. Alleen dan niet de favoriete contactpersonen, maar favoriete muziekstukken om te spelen. Ook dit is heel handig om te hebben; ik zal je uitleggen waarom!

 

 

“Laat eens iets horen!”

Misschien herken je de volgende situatie: Er komt iemand op bezoek en die weet dat jij een instrument bespeelt en zelfs les hebt. “Wil je wat voor me spelen?”, vraagt hij. Ja, natuurlijk wil je dat wel, maar wat??? Je bent druk aan het oefenen op een nieuw stuk waar je op les mee bezig bent, maar dat kan je nog niet goed genoeg spelen. Het vorige stuk vind je eigenlijk niet zo leuk meer, en nog oudere stukken heb je al lang niet meer gespeeld: ook niet geschikt! Eigenlijk heb je “niets” om te laten horen…. Een heel vervelende situatie! En wanneer degene die het vraagt zelf geen instrument bespeelt, is de kans ook nog groot dat hij er niets van snapt!

 

Favorieten lijstje

Wanneer deze situatie je inderdaad bekend voorkomt, wordt het hoog tijd om een lijstje met Favorieten te maken, zodat je altijd iets leuks kunt laten horen! Zo’n lijstje heeft nog meer voordelen, maar eerst even een uitleg hoe jijzelf zo’n lijstje kunt maken.

1. Neem een vel papier en schrijf bovenaan: Mijn Favoriete Muziekstukken (of hoe je het anders noemen wilt…..)

2. Pak je bladmuziek erbij en kies uit, wat je al eens gespeeld hebt, de 3 leukste stukken. Schrijf ze op de lijst met erachter het boek en het paginanummer zodat je het snel terug kunt vinden.

3. Zoek ook muziek voor speciale gelegenheden: verjaardagen, Sinterklaas, Kerst….. en zet die ook op het lijstje.

4. Wil je heel graag een stuk leren spelen van je favoriete artiest? Zet die er dan ook alvast op.
Op deze manier wordt je lijst niet alleen gevuld met leuke muziek die je al kunt spelen, maar ook met muziek die je heel graag wilt leren spelen!

5. Begin alvast met het herhalen van de 3 muziekstukken die je al eens gespeeld hebt.

6. Neem (in overleg met je docent) steeds een stuk van de lijst die nieuw is en studeer die in.

7. Stukken die je al goed kan spelen, ga je uit je hoofd leren, zodat je ze ook kunt spelen wanneer je de bladmuziek niet bij je hebt!

8. Houdt deze lijst altijd bij de hand, zodat je hem aan kunt vullen wanneer je iets te binnen schiet.

9.Zorg dat hij in het zicht is wanneer je aan het studeren bent, zodat je niet vergeet eraan te blijven werken. Begin bijvoorbeeld wanneer je gaat oefenen altijd met een stuk uit je lijst en eindig er ook weer mee.

 

Altijd iets leuks…

Wanneer je zo’n lijst hebt en er regelmatig aan werkt, heb je altijd iets leuks om te laten horen! Wanneer je er ook nog stukken op hebt staan die je heel graag wilt leren, heb je ook gelijk een extra doel om te studeren!

Make music rechtenvrij

Veel studeerplezier!

 

Toonladders studeren, is dat zinvol? Wat is een toonladder?  Waar zijn ze eigenlijk voor? Dit zijn vragen die regelmatig aan mij gesteld worden. Bijna iedereen heeft weleens van toonladders gehoord. Maar wat het zijn, wat het nut ervan is en of het slim is om ze te oefenen, is vaak helemaal niet duidelijk. Lees verder voor het antwoord op deze vragen!

 

 

Traditie

Het is lange tijd een traditie geweest: wanneer je een instrument leerde bespelen, dan moest je zo snel mogelijk met toonladders beginnen. Die werden er al vroeg ingestampt! Ongeacht of je enig benul had van waar je mee bezig was. Ook ik ben in die traditie opgegroeid. Heb ik er nut van gehad? Ja hoor, dat heb ik zeker wel. Leer ik mijn leerlingen ook zo snel mogelijk toonladders? Dat hangt van de leerling en zijn/haar wensen af, maar meestal niet heel snel.

 

Nuttig

Pas later, wanneer je zover bent dat je begrijpt dat je kunt begrijpen waar het om draait, ga ik toonladders uitleggen. Ik ben van mening dat je pas echt iets hebt aan toonladders studeren wanneer je er zelf ook het nut van inziet en begrijpt waar je het voor doet. Wanneer je begint met lessen, en je speelt een liedje dat bestaat uit 3 tonen, heeft het nog weinig nut.

 

Wat is een toonladder?

De definitie uit Wikipedia:

Een toonladder is een opeenvolging van in toonhoogte stijgende of dalende tonen, meestal bestaande uit de diatonische tonen van een octaaf. Een toonladder vormt het basismateriaal van een muziekstuk.

De vertaling naar “gewoon” Nederlands:

Een toonladder is een verzameling tonen (het basismateriaal) waar een muziekstuk uit is opgebouwd. Wanneer je deze tonen van laag naar hoog achter elkaar zet, heb je een (stijgende) toonladder.

 

Soorten toonladders

Er bestaan vele soorten toonladders. De meest gebruikelijke zijn de majeur en mineur toonladder. De mineur toonladder komt voor in verschillende vormen. Om het nu niet te ingewikkeld te maken, heb ik het in dit artikel alleen over majeur toonladder en de “zuiver” mineur toonladder. Dit zijn de meest voorkomende toonladders.

 

Waarom zou je een toonladder willen leren?

Omdat de toonladder het basismateriaal is waaruit een muziekstuk is opgebouwd, is het handig om de toonladder te studeren, die bij het stuk hoort wat je gaat studeren. Door met die toonladder bezig te zijn leer je o.a.:

-Welke noten je tegen kan gaan komen in het muziekstuk.

-Welke akkoorden je kunt verwachten.

-Verder is het goed voor het trainen van een goede vingerzetting en helpt het je om je techniek te verbeteren.

-Maar ook als je meer wilt weten over hoe het stuk in elkaar zit, is het nodig om kennis te hebben van toonladders.

-Wil je meer weten over hoe akkoorden in elkaar zitten en hoe akkoorden in een stuk gebruikt worden, is het ook belangrijk dat je toonladder kennis hebt.

De majeur toonladder

De C majeur toonladder is het gemakkelijkst uit te leggen bij een piano/keyboard. Deze toonladder bestaat namelijk alleen uit witte toetsen: C D E F G A B C

Wanneer je deze noten achter elkaar speelt, vind je het vast bekend klinken! Het zit meestal al in je hoofd, net alsof het een liedje is wat je onthouden hebt. En eigenlijk is dat ook zo! Nu zijn dit dus 8 tonen, en je hebt maar 5 vingers! Om de toonladder goed te spelen op een toetsinstrument gebruik je de volgende vingerzetting voor de rechterhand: 1,2,3,1,2,3,4,5 Na je middelvinger, zet je je duim onderdoor naar de F.

 

Afstanden

Als je kijkt naar het toetsenbord hierboven, zie je dat er tussen de meeste witte toetsen een zwarte zit, maar niet bij allemaal. Wanneer er tussen 2 witte toetsen een zwarte zit, noemen we dat een grote afstand. Het is een kleine afstand wanneer er tussen 2 witte toetsen géén zwarte toets zit. Ook de afstand tussen een witte toets en de zwarte die ernaast zit, noemen we klein. Bij de majeur toonladder van C zie je de volgende afstanden:

C naar D: groot

D naar E: groot

E naar F: klein (er zit géén zwarte tussen)

F naar G: groot

G naar A: groot

A naar B: groot

B naar C: klein (ook geen zwarte ertussen)

Deze afstanden tussen de tonen zorgen ervoor dat de majeur toonladder klinkt zoals hij klinkt. Wanneer je de toonladder op een andere toon wilt laten beginnen, moet je dus ook deze afstanden aanhouden.

 

Toonladder van G majeur

 

Dus: groot, groot, klein, groot, groot, groot, klein

Je komt dan uit op:

G naar A is groot

A naar B is groot

B naar C is klein

C naar D is groot

D naar E is groot

Van E naar F is klein! En dat moet een grote afstand zijn. Daarom verander je de F in de zwarte toets die rechts van de F zit; de Fis (F#)

Van F# naar G is dan weer klein, wat klopt!

Op deze manier kun je zelf iedere majeur toonladder uitrekenen!

 

De mineur toonladder

Iedere majeur toonladder heeft een mineur toonladder die uit precies dezelfde tonen bestaat. Dit noemen we ook wel de parallel toonladder. Je vindt deze toonladder op de 6e toon van de majeur toonladder. Bij C majeur hoort dus A mineur.

De toonladder van A mineur bestaat uit: A, B, C, D, E, F, G, A

Wanneer je deze toonladder op een toetsinstrument speelt heb je met de rechterhand ook weer dezelfde vingerzetting als bij C majeur. Wanneer je A mineur speelt, zal je ontdekken dat die heel anders klinkt, alsof het een ander “liedje” is. Dit komt doordat de afstanden tussen de tonen anders zijn, nl: groot, klein, groot, groot, klein, groot, groot.

Pianotoetsen

Welke toonladder hoort bij dit muziekstuk?

Hoe kun je ontdekken welke toonladder er hoort bij het muziekstuk wat je speelt? De belangrijkste aanwijzingen zijn:

-De kruizen of mollen vooraan de notenbalk

-De slottoon

-Het slotakkoord

Wanneer je de toonladder van G wilt spelen; begin je op de G en eindig je op de G. De tonen daartussen moeten dezelfde afstanden hebben als de toonladder van C.

Wanneer er géén kruizen of mollen vooraan de notenbalk staan, komen er dus geen zwarte toetsen in het basismateriaal van het muziekstuk voor. Je hebt dan de keuze uit de toonladders C majeur of A mineur. Wanneer het muziekstuk eindigt op een C en een C akkoord, is het de toonladder C majeur die erbij hoort. Eindigt het stuk echter met een A en een A mineur akkoord, Dan weet je dat de toonladder van a mineur erbij hoort.

Wanneer er vooraan de notenbalk één kruis staat, is het dus G majeur of E mineur. Dat kun je dan weer zien aan de slottoon en het slotakkoord.

 

Natuurlijk valt er veel meer over toonladders te vertellen. Maar met deze basiskennis, kun je al veel dingen zelf ontdekken!

 

 

Veel studeerplezier!

adem rechtenvrijWanneer je tijdens het studeren een “foute toon” speelt, zal je er  waarschijnlijk extra aandacht aan besteden zodat je de fout de volgende keer niet meer maakt. Prima natuurlijk! Maar wat doe je als je niet aan het studeren bent, maar publiek hebt, en je speelt een foute toon?

 

Het beste wat je kunt doen in zo’n geval is “gewoon” doorspelen, alsof de fout er niet was. Maar, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan! Je schrikt toch enigszins van de fout met als gevolg dat je (al is het maar voor even) je concentratie kwijt bent. Je kunt jezelf erop trainen om steeds beter met zo’n situatie om te gaan. De volgende tips kunnen je hierbij helpen:

 

1. Studeer ook om door te spelen

Wanneer je altijd stopt wanneer je een fout maakt tijdens het studeren, raak je daar zo aan gewend dat het een gewoonte wordt. Doorbreek dat patroon door jezelf vaak de opdracht te geven het stuk te spelen zonder te stoppen. Een goede studeer manier is: speel het stuk eerst een keer door zonder te stoppen. Studeer de stukjes met de struikelblokken apart en eindig weer met het hele stuk, zonder te stoppen.

 

2. Vindt het niet belangrijk

Het gaat om de muziek die je maakt. Een foute toon is niet erg. Iedereen maakt wel eens een foutje. Wanneer jij er geen probleem van maakt en gewoon doorgaat, zal je publiek er ook geen aandacht aan schenken!

 

3. Ga samen spelen

Wanneer je samen met anderen speelt, kan je niet zomaar stoppen als je iets fout doet. De anderen spelen gewoon verder. Wanneer je gewend bent om samen te spelen, zal je er ook meer aan gewend raken om niet stoppen wanneer er iets niet goed gaat.

 

4. Speel met een opname (cd) mee

Heb je niemand in je omgeving om mee samen te spelen? Kijk dan of je met een opname van het stuk kunt meespelen. Zoek het stuk op op Youtube of Spotify, of misschien heb je wel de cd, die bij het muziekboek hoort waaruit je speelt. Het effect is net als bij het samenspelen: je wordt gestimuleerd om door te gaan, ook als er iets mis ging!

 

5. Wat is eigenlijk “fout” ?

Enige tijd geleden ontdekte ik het boek “Vrij Spel” , geschreven door Robijn Tilanus. (Een aanrader!) Het gaat over improviseren. Improviseren is iets wat iedereen kan. Want wanneer je improviseert ben je aan het ontdekken en kan je het nooit fout doen! Je hebt natuurlijk wel eens dat er iets anders klinkt dan je bedoeling was. Maar dat mag! Wanneer je dit vrije improviseren vaker doet, helpt je dat om niet te schrikken van foute tonen. Ook in andere situaties. Je bent meer gewend om er niet van te schrikken en gewoon door te spelen.

 

6. Een cadeautje!

Zij schrijft: “Wees niet bang voor foute tonen. Want het goede nieuws is: foute tonen bestaan niet in de wereld van de improvisatie. Een “foute” toon is meestal gewoon een dissonant die je niet bedoeld had……….Het is een onverwachte verrassing van je instrument voor jou. Een cadeautje! Je hoeft het cadeau alleen maar te accepteren.”
Daar gaat het dus eigenlijk om: accepteren! Want, zo schrijft zij, “De “foute toon” is niet fout, maar de aarzeling, de hapering of de verbetering maakt dat we een fout ervaren.”
Hoewel het iets anders is wanneer je niet improviseert maar een bestaand stuk speelt, helpt deze gedachtegang wel om goed met een fout om te gaan. Zie het niet als een fout, maar een verrassende variatie! 

Veel studeerplezier!