De kwintencirkel is een handig hulpmiddel om erachter te komen hoeveel en welke kruizen of mollen er in een toonladder/toonsoort zitten. Deze keer behandel ik de binnenkant van de kwintencirkel, waar de toonladders met de mollen staan.

 

Wanneer je naar de afbeelding hieronder van de kwintencirkel kijkt, valt je wellicht op dat er in de binnenkant letters staan met 2 mollen erbij. Laat je hierdoor niet afschrikken, want daar zal je weinig tot nooit mee te maken krijgen. Het ziet er ook nog eens indrukwekkender uit dan het ingewikkeld is 😉 Maar laten we maar eens kijken hoe het werkt!

 

Tegen de klok in

De kruizen toonladders staan aan de buitenkant. En steeds als je met de klok mee een plekje verder gaat, komt er een kruis bij. (zie voor uitgebreide uitleg: )

De toonladder die mollen hebben, vind je aan de binnenkant van de kwintencirkel. Je begint weer bovenaan met de toonladder van C die géén kruizen of mollen heeft. Het rode pijltje geeft al aan dat je aan de binnenkant van de cirkel tegen de klok in moet bewegen om naar de toonladder te gaan die 1 mol heeft: F. De F is een kwint lager dan de C. Dus waar je bij de kruizentoonladders steeds een kwint omhoog gaat om bij de volgende te komen, ga je bij de mollen toonladders steeds kwint omlaag!

 

Kwint omlaag

Wanneer je binnen de toonladder van F weer een kwint (5) omlaag gaat, kom je uit op de Bb. Er zit immers geen B maar een Bb in de toonladder van F. De toonladder van Bb heeft dus 2 mollen. Wanneer je in de toonladder van Bb weer een kwint naar beneden gaat, kom je op de Eb, enz.

 

Welke mollen?

Net zoals je de volgorde van de kruizen in de kwintencirkel vinden kunt, kan je ook de mollen vinden. De eerste mol is altijd de Bb, de 2e is altijd de Eb, de 3e de Ab, enz. Ook weer tegen de klok in kijken dus!

 

Is het je opgevallen?

Wat aan de buitenkant staat is steeds dezelfde toets als aan de binnenkant! Een F is immers hetzelfde als een verhoogde E: E#, een Bb is hetzelfde als een A#, enz.

Dat is ook de reden dat je van de kruizentoonladders het meeste de toonladders t/m 6 kruizen zult gebruiken, en van de mollen toonladders die t/m 6 mollen. Want als je mag kiezen tussen een toonladder van F, met 1 mol, of die van E#, met 11 kruizen, dan denk ik dat je F kiest! (Zou ik in ieder geval wel doen…). Of als je mag kiezen tussen de toonladders van D met 2 kruizen, of Ebb met 10 mollen? Ik zou het niet moeilijker maken dan nodig….

 

Om te oefenen:

Neem een willekeurige toon en kijk hoeveel kruizen of mollen erin zitten als je op die toon een toonladder maakt.

Kijk ook welke kruizen of mollen erin zitten.

Probeer de toonladder te spelen

Herhaal het voorgaande op andere tonen

Vind je het te moeilijk? Begrijp je iets niet? Wil je iets anders weten? Vertel het me! Ik hoor graag hoe ik je verder kan helpen!

 

Veel studeerplezier!

Deel 1 : toonladders met kruizen

De kwintencirkel, heb je er wel eens van gehoord? Het is een hulpmiddel om snel te weten te komen hoeveel kruizen of mollen er in een toonladder/ toonsoort zitten. Maar je kunt er nog meer informatie uit halen!

 

Voor wie is dit interessant ?

  • Muzikanten die meer willen weten over toonladders en toonsoorten
  • Muzikanten die beter willen begrijpen hoe het werkt met kruizen en mollen
  • Iedereen die het leuk vindt om meer te weten over muziektheorie en hoe logisch dat in elkaar zit

 

Wat je eerst moet weten

Wanneer je nog erg weinig weet over toonladders, raad ik je aan om eerst deze blog te lezen

https://muziekstudio-legato.nl/toonladders-studeren-zin-onzin/

Wanneer je eerst nog wat basisinformatie over kruizen en mollen wilt lezen:

https://muziekstudio-legato.nl/kruizen-en-mollen-hoe-zit-dat-nou/

 

Kruizen en mollen

Aan het einde van mijn blog https://muziekstudio-legato.nl/toonladders-studeren-zin-onzin/ kun je lezen dat je kunt ontdekken welke toonladder er bij een stuk hoort door te kijken naar de kruizen of mollen die vooraan de notenbalk staan, en naar de slottoon of het slotakkoord.

Stel dat er 4 kruizen vooraan de notenbalk staan, en je hebt geen idee welke toonladder er 4 kruizen heeft, hoe kom je daar dan achter? Je kunt kijken wat het slotakkoord is en dan daar de toonladder bij uit gaan rekenen en kijken of die inderdaad 4 kruizen heeft. Maar er is een snellere manier!

 

De buitenkant van de Kwintencirkel

Door de kwintencirkel te gebruiken, kun je het in één oogopslag zien! Ik zal uitleggen hoe het werkt.

 

De kwintencirkel heeft een indeling als de wijzerplaat van een klok, een cirkel die in 12 gelijke delen is verdeeld. Bovenaan staat de C op de 12. Met de klok mee aan de buitenkant zie je op de 1 G staan, op de 2 D, op de 3 A, op de 4 E, enz. Het getal waar de letter bij staat, geeft aan hoeveel kruizen er in die toonladder zitten. Dus de majeur toonladder van E heeft 4 kruizen.

 

Steeds een kwint omhoog

De kwintencirkel heeft zijn naam te danken aan de afstanden tussen de toonladders. Een kwint omhoog is een kruis erbij. Het werkt zo:

Wanneer je vanaf de C 5 tonen ( dat is een kwint) omhoog gaat, kom je terecht op de G. De toonladder van G heeft 1 kruis. Wanneer je de 5e toon van de toonladder van G opzoekt, kom je op de D. De toonladder van D heeft 2 kruizen. Wanneer je de 5e toon van de toonladder van D opzoekt, kom je uit op de A. Je raadt het al, deze heeft 3 kruizen. Steeds wanneer je een kwint omhoog gaat, komt er een kruis bij.

 

Vaste volgorde

Wellicht vraag je jezelf nu af welke kruizen dat dan zijn. Ook dat kun je zien in de kwintencirkel! Kruizen verschijnen altijd in dezelfde volgorde als ze vooraan de notenbalk staan. De allereerste is de F#. Wanneer een toonladder 2 kuizen heeft, zijn het de F# en de C#. Wanneer een toonladder 3 kruizen heeft zijn het de F#, de C # en de G#. Heb je ze al ontdekt in de kwintencirkel? Toonladders met meer dan 6 kruizen zul je waarschijnlijk niet vaak tegenkomen. Maar de linkerkant buitenkant van de kwintencirkel is evengoed handig om de volgorde van de kruizen te weten te komen!

 

Volgende week deel 2

De kwintencirkel is zo nog niet compleet. In de volgende blog ga ik uitleggen hoe je de kwintencirkel kunt gebruiken om te kijken welke toonladder er bij een stuk hoort als er mollen vooraan de notenbalk staan. En ik vertel je hoe hem gemakkelijk en snel zelf kunt tekenen!

 

Uitproberen

Je weet nu hoe het werkt! Zoek een aantal muziekstukken op met kruizen vooraan de notenbalk en doe de test. Weet je welke toonladder erbij hoort? En weet je ook welke kruizen er in zitten? Ik ben benieuwd!

 

Veel studeerplezier!

 

 

 

Syncope(n): Wanneer je al een poosje op je instrument bezig bent en je wilt een popnummer gaan spelen, kom je ze vrijwel zeker tegen. Maar wat is precies een syncope? En hoe kan ik dit dan het beste oefenen? In deze blog vind je antwoorden!

 

Wikipedia

Wat doe je als je iets wilt weten? Je zoekt het op, op internet! Als je zoekt op “Syncope”, kom je al snel terecht op Wikipedia. Daar vind je deze defenitie:

In de muziek spreekt men van een syncope wanneer een of meer tonen niet op de tel of puls vallen, waardoor een of meer normale accenten verlegd worden.
De syncope wordt in de muziek gebruikt om het accent te verleggen, om het accent op een andere dan de gebruikelijke / verwachte plaats aan te brengen. Vaak is dit de plek vlak voor het verwachte telaccent (anticiperende syncope), of vlak na de verwachte tel (ook wel echosyncope genoemd).

Is het zo voor iedereen duidelijk? Hmm…ik vrees van niet! Prima definitie hoor, maar wat is het nou eigenlijk? Ik zal het je uitleggen op een simpele manier.

 

Of in simpele woorden…

Een syncope is wanneer er geen toon klinkt op een plek in de maat waar je het wel verwacht.

 

Een voorbeeld

Je bent gewend dat de hele tellen in een vierkwartsmaat duidelijk hoorbaar zijn. Er is bijvoorbeeld sprake van een syncope, als er op een tel in de maat juist géén toon gespeeld wordt, maar wel een toon een halve tel eerder en/of een halve tel later.
Hieronder zie je een voorbeeld van syncopen met de telling eronder. Beide maten klinken hetzelfde.

 

 

De bladmuziek

Ik had deze week een leerling op les die Ebony and Ivory van Paul McCartney en Stevie Wonder aan het studeren was. Deze hit uit 1982 staat helemaal bol van de syncopen!
Als je wilt weten hoe het eruit ziet: Google dan even 😉 Je ziet de eerste bladzijde als voorbeeld, in onderstaande link:

Ebony and Ivory

Studeer tips

Je hebt waarschijnlijk wel in de gaten dat het tellen van zo’n stuk met al die syncopen best lastig is. Hoe studeer je dat dan?

 

1. Tellen

Zoek uit hoe je het moet tellen en schrijf het erbij. Dat zou ik niet gelijk voor het hele stuk doen, maar de eerste paar regels. Ga dat langzaam studeren en tel er bij voorkeur hardop bij! Wanneer je de eerste paar regels goed in de vingers hebt, is het misschien niet meer nodig om nog verder alles erbij te schrijven. Bovendien worden er vaak gedeelten herhaald, dus let daarop. Maar is het wel nodig om de telling er verder ook nog bij te schrijven, dan doe je dat.

 

2. Luisteren

Je kent het stuk en kan de melodie waarschijnlijk wel meezingen. Maar waarschijnlijk niet goed genoeg om het ritmisch precies kloppend te krijgen wanneer je de muziek er niet bij hoort. Maak gebruik van het feit dat je de melodie kent door de volgende dingen te doen:
Luister naar het stuk terwijl je de bladmuziek meeleest. Klap de hele tellen terwijl je de melodie meezingt. Lukt dat goed, dan kan je het moeilijker maken. Klap de tellen terwijl je het zingt, zonder dat je het origineel hoort. Let op: je klapt dus op tel 1, 2, 3, en 4 en dat is niet tegelijk met hoe je de melodie zingt!

 

3. Nog iets moeilijker

Wanneer het zingen met klappen in de maat goed gaat, kun je de melodie gaan proberen te spelen. Gebruik hierbij een metronoom of een style op je keyboard zodat je goed hoort of het klopt wat je doet. Met je hand op je been de hele tellen laten horen is nog beter (en moeilijker).

Oefen beide manieren: met tellen erbij schrijven en op je gehoor. Op die manier ga je steeds beter begrijpen en aanvoelen hoe je het moet spelen.

 

Veel studeerplezier!

 

vleugel abstract rechtenvrij“Het tempo bepalen van een stuk, hoe doe je dat?” In dit artikel ga ik in op deze vraag van een leerling. Soms staat er boven het muziekstuk wat je moet spelen een aanwijzing over het tempo van het stuk. Maar niet altijd. Hoe bepaal je het tempo van een stuk bovendien op zo’n manier dat het zo mooi mogelijk klinkt? Hieronder 5  tips!

 

Tip 1: Staat er een tempo aanduiding boven?

Wanneer je een kwartnoot met een getal erbij ziet staan, dan is dat een aanwijzing voor het tempo. Het geeft aan het aantal kwartnoten per minuut. Hoe hoger het getal, hoe sneller het tempo. Wanneer je een andere noot ziet staan, b.v een halve noot met een getal ernaast, betekent dat het aantal halve noten per minuut.

Tempo aanduiding

Tempo aanduiding bovenaan het stuk

Maar hoe werkt dat dan?

“Ja”, denk je waarschijnlijk, “dat is leuk om te weten. Maar hoe kom ik er nu achter hoe snel of langzaam dat nu eigenlijk is?” Heb je een keyboard? Dan is het gemakkelijk. Kies een style uit die past bij de maatsoort van het muziekstuk (bv. een 8 beat bij een vierkwartsmaat of een wals bij een 3 kwartsmaat) en stel het tempo in op het getal wat staat bovenaan het stuk. Druk op de start knop en je hoort hoe snel het gaat. Heb je geen keyboard? Dan is het handig om een metronoom te hebben. Dat is zo’n apparaat wat gaat tikken en / of piepen op de maat als je het aanzet. Ook hierop kun je het tempo instellen. Er zijn tegenwoordig ook heel handige metronoom-apps te downloaden op je telefoon. Die zijn vaak zelf gratis!

 

metronoom rechtenvrij

Een ouderwetse metronoom

Tip 2: zie het als een richtlijn

Zie het tempo wat bij het stuk vermeld staat als een richtlijn, niet als een verplichting! Wanneer je in een orkest speelt ligt dat wat moeilijker, maar als je alleen speelt of in een klein groepje, moet je zelf bepalen of het aangegeven tempo voor jou ook het juiste is. Je kunt het wel in een heel snel tempo willen spelen, maar als het daardoor slordig klinkt, je fouten gaat maken en je ongemakkelijk voelt, zou ik dat gewoon niet doen.

 

Tip 3: denk aan het moeilijkste gedeelte van het stuk

Bepaal het tempo waar je mee begint door aan het moeilijkste gedeelte van het stuk te denken. Het moeilijkste gedeelte wil je waarschijnlijk het liefst wat langzamer spelen dan de gedeeltes die je niet moeilijk vind. Helaas is dat meestal niet de bedoeling. Bedenk dus voordat je begint met spelen op welk tempo je het moeilijkste gedeelte nog goed kunt spelen. Neem dat als begin tempo en je komt keurig aan het eind!

 

Tip 4: zoek op internet

Wanneer er geen tempo bij staat geschreven kun je op internet zoeken naar een uitvoering van het stuk. Het liefst zelfs verschillende uitvoeringen. Want dan kun je de verschillen horen en bepalen wat jij het mooiste tempo vindt. Dit betekent natuurlijk niet dat je het dan ook gelijk op dat tempo moet gaan spelen (zie tip 2) maar dan weet je waar je naartoe wilt werken.

 

Tip 5: let op de stijl

Kun je geen uitvoeringen ervan vinden en staat er ook geen tempo aanduiding bij? Dan is het handig om naar de stijl van het stuk te kijken. Is het dansmuziek? Probeer er dan achter te komen hoe er op gedanst wordt en hoe snel. Is het een blues? Dan mag het meestal rustig gespeeld worden. Maar is het een Bluesschema in Rock & Roll stijl? Dan klinkt het vast beter in een lekker vlot tempo! Wanneer je een keyboard hebt, kun je als indicatie ook kijken naar het standaard tempo van de style die bij het stuk past. Je ziet dan ook al dat bv. een Engelse wals een stuk lager tempo heeft dan een Weense wals.

 

Veel studeerplezier!

Bogen en puntjes in je bladmuziek; wat betekenen ze?

Wanneer er veel bogen en puntjes in een muziekstuk staan, vinden de meeste leerlingen het er ingewikkeld uitzien. Maar zoals met de meeste dingen is het zo: wanneer je eenmaal weet wat het precies betekent, valt het wel mee. Daarom vandaag een uitleg over bogen en puntjes!

 

 

De ene punt is de andere niet!

Je zou misschien denken: een punt is een punt. Maar in de muzieknotatie heb je 2 verschillende soorten punten. Daarbij betekenen die 2 verschillende punten zo ongeveer precies het tegenovergestelde. Dat klinkt een beetje als een raadsel, maar het zit als volgt in elkaar.

 

 

Een punt naast een noot, verlengt

Wanneer er een punt direct rechts naast een noot staat, betekent dit dat deze noot met de helft van de nootwaarde verlengd wordt. Staat er een punt naast een halve noot (een noot van 2 tellen, er even vanuit gaande dat de noot staat in een vierkwartsmaat of driekwartsmaat ) dan wordt de som als volgt:
2 + 1 ( de helft van 2) = 3 tellen

Staat er een punt naast een noot van 1 tel (kwartnoot) dan wordt het : 1 + 0,5 (de helft van 1) = 1,5 tel

 

Staat er een punt naast een noot van 4 tellen (hele noot), dan wordt het 4 + 2 (de helft van 4) = 6 tellen

Dus onthoud: een punt ernaast is de helft erbij

 

 

Een punt boven of onder een noot betekent: kort!

Wanneer er een punt boven (wanneer de stok naar beneden staat) of onder (de stok naar boven) een noot staat, noemen we dat “Staccato”

Noten met staccato punten

Staccato is een manier van spelen waarbij je de noot kort, los en puntig speelt. Wanneer je op een keyboard of piano staccato moet spelen, kan je net doen alsof de toetsen loeiheet zijn. Om je vingers niet te verbranden raak je ze maar heel kort aan! Houd in de gaten dat je niet steeds sneller gaat spelen; dat is een valkuil bij het spelen van staccato noten. De noten worden korter, maar de pauzes tussen de noten worden langer. Gaan versnellen is niet de bedoeling!

 

 

2 bogen: zoek de verschillen!

Net zoals een punt 2 verschillende dingen kan betekenen in de muziek, kan een boog dat ook. Alleen ligt de betekenis van de 2 verschillende bogen wat dichter bij elkaar dan bij de punten. De ene boog heet een frasering boog (ook wel Legato), de andere een overbindingsboog.

 

 

De frazeringsboog

Een boog is een frazeringsboog als deze boven of onder meerdere noten van verschillende toonhoogte staat, zoals in het voorbeeld hieronder.

Zo’n frazeringsboog geeft de muzikale zinnen aan en de noten die bij de boog horen, moet je vloeiend aan elkaar spelen. Er mogen dus geen “gaten” vallen tussen de noten die onder een boog staan. We noemen dat ook wel gebonden of Legato spelen. Tussen de 2 bogen in moet je juist wel een soort korte adempauze nemen. Dit doe je door de laatste noot onder de boog ietsje korter te maken, want je moet wel weer op tijd de volgende noot spelen.

 

 

De overbindingsboog

De overbindingsboog herken je doordat deze staat van de ene noot naar de volgende noot, die dezelfde toonhoogte heeft (dus op hetzelfde lijntje op de notenbalk staat). Zie het voorbeeld hieronder.

De eerste boog is een frazeringsboog; de tweede en derde boog plakken de drie noten van 3 tellen aan elkaar. Het klinkt dan als 1 noot van 9 tellen.

Dit is een soort overtreffende trap van de frazeringsboog; je verbindt deze 2 noten zo goed aan elkaar dat het 1 noot wordt! Je telt dus de 2 notenwaarden bij elkaar op, en zo lang moet je de toets ingedrukt houden. Wanneer je een overbindingsboog ziet staan van een noot van 2 tellen naar een noot van 3 tellen, wordt het dus een noot van 5 tellen. Je ziet dit soort overbindingsbogen vaak als een noot langer duurt dan het aantal tellen dat in de maat past. Zoals ook het geval is in het voorbeeld hier boven.

Let wel op: Je blijft altijd in een 4 kwartsmaat tot 4 tellen, in een 3 kwartsmaat tot 3, enz. Ook als de noot in de volgende maat verder gaat. In het voorbeeld hierboven tel je dus 3 keer tot 3, en niet tot 9!

 

 

Kort op een rij

Dus:
Een punt onder of boven een noot betekent kort spelen (staccato)
Een punt naast een noot: de helft komt erbij
Een boog onder of boven meerdere noten van verschillende toonhoogte: gebonden spelen (Legato)
Een boog naar de volgende noot van dezelfde toonhoogte: de noten worden bij elkaar opgeteld.

Eigenlijk is het niet zo heel ingewikkeld toch? Je moet het alleen even weten!

Veel studeerplezier!

In de vorige blog vertelde ik over veel voorkomende Italiaanse muziektermen die te maken hadden met het tempo en articulatie of speelmanier. Vandaag gaat het over Italiaanse muziektermen die je meer vertellen over de dynamiek; of je iets hard of zacht moet spelen.

 

Hard en snel betekenen niet hetzelfde!

Wanneer er bij een stuk staat dat je iets hard (luid) moet spelen, zal je waarschijnlijk ook de neiging hebben om het sneller te gaan spelen. Dit komt doordat je met meer kracht bijna vanzelf meer snelheid ontwikkeld. Let dus op dat je het tempo niet gaat versnellen wanneer je harder gaat spelen! Andersom gaat het ook op: wanneer je zachter gaat spelen, ga je bijna vanzelf langzamer spelen. Houd je tempo dus goed in de gaten!

 

Van heel zacht naar heel hard

Voor het aangeven van het gewenste volume wordt in de bladmuziek veel gebruik gemaakt van afkortingen. Daarom begin ik steeds met de afkorting, dan de volledige benaming en tot slot de betekenis van de Italiaanse muziektermen.

pp = pianissimo= heel zacht
p = piano = zacht
mp = mezzo piano = matig zacht
mf = mezzo forte = matig sterk / hard
f = forte = sterk /hard
ff = fortissimo = heel sterk

 

Meer en minder

Wellicht is het je opgevallen:
-Een dubbele letter bij de afkorting, versterkt het effect (pp is heel zacht en ff is heel hard) en er wordt dan “issimo” achter het woord gezet.
-“Mezzo” vermindert juist het effect (mp is minder zacht dan p, mf is minder hard dan f)

 

Crescendo

Crescendo betekent dat je steeds harder moet gaan spelen (niet sneller!). Je zult het vaak inde afgekorte vorm tegenkomen: cresc. In plaats van het woord, wordt ook het teken vaak gebruikt. Het teken wordt onder (soms boven) de noten geplaatst die je steeds harder moet gaan spelen. Zie de afbeelding.

Afbeelding 1: crescendo

 

Vaak zie je ervoor staan: p of pp en erna hoe hard je uiteindelijk moet eindigen, dus bv. mf of f of ff

 

Decrescendo of diminuendo

Decrescendo, wordt vaak afgekort tot decresc. Diminuendo betekent hetzelfde, nl: zachter worden en wordt vaak afgekort tot dim. Het teken ziet eruit als een omgekeerd crescendo teken. Zie de afbeelding.

 

Afbeelding 2: decrescendo, maar ook ritenuto, pp en fermate!

Poco

Poco betekent weinig of een beetje. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met crescendo of diminuendo, maar ook met ritenuto (vertragen) of accelerando (versnellen).
BV: Poco a poco crescendo

 

Piú

Piú betekent (steeds) meer. Ook dit woord wordt gebruikt in combinatie met bv. 1 van de bovenstaande termen of met die uit mijn vorige blog.

 

Fermate

De meest voorkomende Italiaanse muziektermen heb ik denk ik nu besproken, al bedenk ik me nu dat ik er 1 niet heb genoemd die eigenlijk meer bij de vorige blog thuishoorde: de Fermate. Deze staat ook in afbeelding 2 hierboven en in afbeelding 3 hieronder. De fermate wordt genoteerd als de bovenste helft van een cirkel met een puntje eronder. Het betekent dat je de noot waar de fermate boven staat, net zoveel langer mag aanhouden als je zelf mooi vindt. Tenzij je in een orkest speelt, dan bepaalt de dirigent hoe lang de noot duurt. Als iedereen in het orkest het zelf gaat bepalen, wordt het een zooitje!

Afbeelding 3: Piú Lento met crescendo, decrescendo, ritenuto en diminuendo naar pianissimo!

Veel studeerplezier!

Wanneer je van bladmuziek wilt (leren) spelen, is het niet genoeg om de noten te kunnen lezen. Tenminste, als je het goed wilt doen. Vaak staan er allerlei tekens en woorden bij de noten. Wanneer je niet weet wat die betekenen, mis je een hoop informatie over hoe je het stuk moet spelen. Hoogste tijd dus om te weten te komen wat het allemaal betekent!

 

Italiaanse muziektermen

Wanneer je “Slow” boven het stuk ziet staan wat je gaat spelen, begrijp je vast wel dat je het stuk langzaam moet spelen. Maar helaas zal je dat niet zo vaak tegenkomen. In de muziek wordt voornamelijk gebruik gemaakt van het Italiaanse muziektermen als het gaat om aanwijzingen hoe je de muziek moet spelen. Is jouw Italiaans goed genoeg om je bladmuziek te begrijpen? Na het lezen van deze en de volgende blog waarschijnlijk wel! Heb je moeite met het onthouden van deze termen? Een spiekbriefje maken mag!! 😉

 

Tempo aanduidingen

Wat je vaak als eerste tegenkomt is een tempo aanduiding, dus een aanwijzing hoe snel je het stuk moet spelen. Dat je dit vaak als eerste tegenkomt, ligt aan het feit dat dit meestal direct boven het begin van het stuk staat. Wanneer ergens in het stuk het tempo verandert, kan je het ook daar tegenkomen. De meest voorkomende zet ik voor je op een rij van langzaam naar steeds sneller:

Largo: langzaam (40 tot 60 bpm)
Andante: rustig tempo, redelijk langzaam (60-80 bpm)
Moderato: matig tempo (100-120 bpm)
Allegro: snel (120-140 bpm)
Presto: zeer snel (140-160 bpm)

 

Metronoom cijfers

Je kunt je natuurlijk afvragen hoe snel is Allegro, of hoe langzaam is Largo precies? De bovengenoemde termen geven een indicatie aan. De cijfers die achter de tempoaanduiding staan geven globaal aan hoe snel het ongeveer zou moeten. Dit noemen wel metronoom cijfers of BPM, een afkorting van: beats per minuut. Dit is ook het getal wat je in kunt stellen bij het tempo van je begeleiding op het keyboard /digitale piano of op je metronoom. Bij sommige stukken staat het exacte metronoom cijfer erbij. Je ziet dan bv. een kwartnoot staan met ernaast een = en een getal.

Kwartnoot = 120 betekent dat er 120 kwartnoten in een minuut zitten. Stel je keyboard of metronoom op dat getal in en je kunt horen hoe snel je het moet spelen.

tempo aanduiding

Ritenuto en Rallentando

Ritenuto en rallentando betekenen allebei : vertragen. Vaak kom je in de bladmuziek niet het hele woord tegen, maar de afkorting: rit. De puntjes ernaast worden wel eens gebruikt om het gedeelte aan te geven tot waar er vertraagd moet worden.

ritenuto

Accelerando en A tempo

Accelerando betekent: versnellen. Na Ritenuto, Rallentando of Accelerando staat er A tempo wanneer je weer in het originele tempo verder moet spelen.

 

Speelmanieren

Staccato

Staccato betekent dat je de noot kort moet spelen. Je kunt staccato op verschillende manieren vermeld zien staan bij een stuk. Vaak wordt het aangegeven d.m.v. puntjes die onder de noot staan ( wanneer de stok van de noot omhoog staat) of boven de noot (wanneer de stok van de noot omlaag staat). Verwar deze staccato puntjes niet met een punt die naast een noot staat. Een punt naast een noot geeft juist aan dat de noot de helft langer wordt!
Ook zie je wel eens Sempre Staccato staan bij een muziekstuk. Dit betekent dat je vanaf dat moment het hele stuk verder staccato moet spelen.

staccato

Legato

Legato betekent: gebonden spelen. Je moet er dan voor zorgen dat er geen stilte tussen de noten zit maar dat de noten mooi op elkaar aansluiten. Dit wordt genoteerd met bogen onder of boven de noten ( dit hangt weer af van waar de meeste ruimte is ). Met legato kun je goed laten horen hoe een muzikale zin loopt. De zin die met de boog wordt aangegeven, speel je mooi aan elkaar. Wanneer er een nieuwe boog begint, laat je juist een opening horen. Net alsof je ademhaalt tussen de 2 bogen in, zoals ook iemand die zingt of een iemand die een blaasinstrument bespeelt zou doen. Let wel op: er bestaat nog een andere boog die er precies hetzelfde uitziet maar niet het zelfde betekent. Wanneer je een boog ziet die de ene noot met de volgende verbindt en het zijn noten van dezelfde toonhoogte, dan tel je de notenwaarden van die 2 noten bij elkaar op en speel je het als 1 noot.
Wanneer er Sempre Legato bij een stuk staat, moet je het hele stuk weer legato spelen.

legato

Portato

Portato zit tussen staccato en legato in. Je speelt de noten dan los van elkaar, maar niet kort. Portato wordt aangeduid met streepjes boven of onder de noten.

portato

Accenten

Een accent wordt aangegeven d.m.v. een accent teken ( > ) boven of onder een noot. Je speelt de noot dan iets harder zodat deze wat meer de nadruk krijgt.

accent

In de volgende blog ga ik verder met de uitleg van termen en tekens die met het volume te maken hebben.

 

Veel studeerplezier!

Voel je je thuis op je piano of keyboard? Of heb je het gevoel dat je de weg kwijtraakt wanneer je niet in het midden van je instrument moet spelen? En heb je ook moeite met het benoemen van de toetsen? Dan ben je zeker niet de enige! Maar eigenlijk is het helemaal niet zo moeilijk en heb je het met deze oefeningen zo geleerd!

 

In het midden van je instrument.

Als beginner gebruik je vaak vooral de toetsen in het middelste gedeelte van je instrument, zo rond de centrale C. Dit is zeker het geval wanneer je pas bezig bent met het leren van het notenschrift. Veel methodes blijven vrij lang rond die centrale C hangen. Dat is op zich prima. Maar ik heb wel gemerkt dat dit bij veel leerlingen tot gevolg heeft dat ze zich alleen in dat gedeelte ook “thuis” voelen op hun instrument. Dat is jammer en helemaal niet nodig! Ik zal je hier een paar tips en oefeningen geven die je helpen inzien dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is!

 

Toetsen herkennen, tips en oefeningen:

1. Herken de plek

Er zijn eigenlijk maar 7 verschillende witte toetsen: C, D, E, F, G, A, B. Je kunt deze toetsen herkennen aan de plek die ze hebben ten opzichte van de zwarte toetsen. De zwarte toetsen zijn gegroepeerd in groepjes van 2 en van 3.

 

 

-De C zit links van het groepje van 2. Dus links naast alle groepjes van 2 zwarte toetsen heb je de C. Speel maar eens alle C toetsen.
-De D zit altijd precies tussen de twee zwarte toetsen in. Speel ook alle D-toetsen.
-De E zit altijd rechts van de 2 zwarte toetsen. Speel ook alle E-toetsen.
-De F zit altijd links van de 3 zwarte toetsen. Speel ook alle F-toetsen.
-De G zit tussen de linker en de middelste van de 3 zwarte toetsen in. Speel ook deze G- toetsen.
-De A zit tussen de middelste en de rechter van de 3 zwarte toetsen. Zoek ook deze allemaal op.
-De B zit altijd rechts van de 3 zwarte toetsen. Speel ook deze B-toetsen allemaal.

 

2. Liedjes

Een andere oefening, die je wellicht leuker vindt om te doen:
Speel de liedjes die je al kan spelen eens op een andere plek op je piano of keyboard. Dus wel op dezelfde toetsen, maar dan hoger, of lager. Dus zet bijvoorbeeld je rechterhand niet met je duim op de centrale C, maar kies een C die hoger of lager op je instrument zit.

 

3. Notennamen achterstevoren

Je weet vast wel snel de 7 notennamen achter elkaar op te noemen. Maar kun je het ook achterstevoren? C, B, A, G, F, E, D, C, B, A, G, F, E, D, C enz. Speel ook eens alle witte toetsen van boven (rechts op je instrument) naar beneden terwijl je alle toetsennamen erbij zegt.

 

4. Toets overslaan

Wanneer bovenstaande oefening goed gaat, kun je het jezelf nog een beetje moeilijker maken door van hoog naar laag steeds 1 toets over te slaan en de naam te zeggen terwijl je de toets aanslaat. En natuurlijk kan je dat ook van laag naar hoog doen.

 

Resultaat

Wanneer je bovenstaande oefeningen een weekje dagelijks doet en hardop de notennaam zegt terwijl je de toets speelt, zal je merken dat toetsen herkennen steeds gemakkelijker wordt en sneller gaat. Misschien heb je deze oefeningen dan een poosje niet meer nodig. Wanneer je nog niet vaak hele hoge en hele lage noten moet spelen, zal je handigheid in het vinden van de toetsen waarschijnlijk weer een beetje wegzakken. Maar merk je dat je er toch weer wat moeite mee krijgt, dan kun je deze oefeningen gewoon weer even van stal halen en er een poosje mee aan de slag gaan. Dan heb je het zo weer in je hoofd zitten!

 

Veel studeerplezier!

Herhalingstekens in een muziekstuk worden niet altijd gewaardeerd. Gisteren had ik een leerling op les die niet aan een bepaald stuk was begonnen omdat ze moedeloos werd van de herhalingstekens die erin staan. Zij is zeker niet de enige. Ik hoor regelmatig een diepe zucht wanneer een leerling met veel herhalingstekens geconfronteerd wordt. “Jeetje, het lijkt wel een speurtocht!” Heb ik ook weleens gehoord. En inderdaad, het is niet altijd even gemakkelijk te volgen. Ik hoop dat je met de tips in dit artikel er beter mee om leert gaan.

 

Waarom herhalingstekens

In veel muziek worden gedeelten herhaald. Zo’n gedeelte opnieuw opschrijven, zonder herhalingstekens te gebruiken kan, maar dat heeft ook nadelen:
Het kost meer papier.
Het is niet handig als je veel keer moet omslaan tijdens een stuk.
Het speelt moeilijker.

 

 

Hoezo moeilijker zonder herhalingstekens?

Dat laatste heeft enige toelichting nodig. Want waarom zou het met herhalingstekens gemakkelijker zijn? Misschien heb je het zelf weleens ondervonden. Een aantal maten die je aan het begin van een stuk goed kan spelen. Diezelfde maten komen later in het stuk nog een keer terug. Maar het staat op een andere bladzijde en op een andere regel. Ineens lijkt het een stuk moeilijker! Herkenbaar? Je bent zeker niet de enige, ik kom dat in mijn lespraktijk vaak tegen. Hetzelfde stukje, in een andere visuele context, brengt je hersenen toch een beetje in verwarring! Daarom is een herhalingsteken in zo’n geval gemakkelijker, het ziet er dan precies hetzelfde uit en het staat op dezelfde plek. En je hoeft je aantekeningen maar op 1 plek erbij te zetten. Scheelt weer werk. 😉

 

 

Veel gebruikte herhalingstekens

Voordat ik aan de tips ga beginnen, geef ik je eerst nog even een lijstje met de meest voorkomende herhalingstekens.
Dubbele maatstreep met dubbele punt: Wat tussen de dubbele strepen met dubbele punt staat, speel je 2x. Wanneer er een haakje boven staat met een 1, speel je dat alleen de 1e keer. De tweede keer sla je haakje 1 over en ga je gelijk door naar de maten waar haakje 2 boven staat

 

 

Da Capo – afgekort tot D.C. – weer spelen vanaf het begin van het stuk ( Capo = Hoofd )
Segno:                     – letterlijk vertaalt : Teken

Dal Segno – afgekort tot D.S.- weer spelen van het Segno
al – betekent : tot
Da of Dal – betekent vanaf
Dal Segno al Fine – speel vanaf het teken tot aan Fine ( einde )

Coda – letterlijke betekenis : staart.

Hiermee wordt het slotgedeelte van een muziekstuk aangegeven. Er staat dan ergens in het muziekstuk een klein Coda teken. Vanaf dat kleine Coda teken ga je direct naar het grote Coda teken aan het einde van het stuk.

 

 

Italiaans

Zoals je misschien al in de gaten hebt zijn bovenstaande muziektermen uit het Italiaans overgenomen, zoals bij zoveel muziektermen het geval is.
Ik las trouwens ergens dat je Coda uit hoort te spreken als “soda”. Maar als je tegen een collega muzikant het over “soda” hebt, kijkt hij of zij je een beetje verbaasd aan. Iedereen spreekt het uit als “koda”.

 

 

Tips

1. Kijk voordat je met stuk gaat beginnen eerst hoe de volgorde precies is.
2. Gebruik markeerstiften met verschillende kleuren om op te laten vallen ván waar, náar waar je toe moet.
3. Oefen vanaf het begin het stuk steeds in de juiste volgorde. Wanneer je denkt: “de volgorde komt later wel” zal je er veel meer moeite mee blijven houden.

Het is inderdaad soms net een speurtocht, maar zoals meestal: als je de puzzel eenmaal hebt opgelost, lijkt ie ineens niet meer zo moeilijk!

Veel studeerplezier!

Wat is een toonladder?

Een toonladder is een reeks noten die op een rij zijn gezet van laag naar hoog of hoog naar laag. Zo’n verzameling noten is de basis waar een muziekstuk van is gemaakt. De majeur en de mineur toonladders zijn toonladders die uit 7 verschillende noten bestaan. De achtste noot is weer dezelfde als de eerste.

Voorbeeld, de toonladder van C majeur:
C D E F G A B C

Voorbeeld de toonladder van A mineur:
A B C D E F G A

Wat is een akkoord?

Een akkoord is een samenklank van minimaal 3 tonen. Deze tonen moeten dus tegelijk klinken of zo vlak na elkaar dat je het als een samenklank ervaart. Dit dus in tegenstelling tot een toonladder waarvan je juist de tonen ná elkaar speelt.

Voorbeeld akkoord C majeur: C E G, dit zijn dus de eerste, derde en vijfde toon van de toonladder van C

Voorbeeld A mineur akkoord: A C E, dit zijn dus de eerste, derde en vijfde toon van de toonladder van A mineur.

Wat is het verschil tussen Majeur en Mineur?

Majeur betekent: groot. Mineur betekent: klein. Dit “groot” en “klein” heeft betrekking op de afstand tussen de eerste en de derde toon. Zowel de eerste als de derde toon zitten in de toonladder èn in het akkoord.

Bij de C majeur toonladder en het C majeur akkoord gaat het om de afstand tussen de C en de E. Als je deze tonen opzoekt op de piano of het keyboard, zie je dat er 1 witte toets tussen die C en E zit, en 2 zwarte toetsen.

Bij De A mineur toonladder en het A mineur akkoord gaat het om de afstand tussen de A en de C. Ook hier zit 1 witte toets tussen. Maar in tegenstelling tot C majeur zit er maar 1 zwarte toets tussen. Dat betekent dat de afstand tussen A en C kleiner is dan tussen C en E.

Dus :  Majeur ( groot), heeft 3 toetsen tussen de eerste en de derde toon, en Mineur (klein) heeft 2 toetsen tussen de eerste en de derde toon.

Waar staan de akkoorden?

Wanneer je bij een muziekstuk boven de maten hoofdletters ziet staan, zijn dit meestal de akkoorden. Soms worden de akkoorden onder de maten genoteerd. Daar heb ik zelf een grote hekel aan. Want als je gewend bent aan akkoorden erboven, raak je steeds in de war wanneer ze er een keer onder staan.

De akkoorden staan boven de noten.

Hoe noteer je een majeur of mineur akkoord?

Een majeur akkoord wordt aangeven d.m.v. een hoofdletter. Dus staat er boven de maat C, dan gaat het om een C majeur akkoord. Staat er G, dan gaat het om een G majeur akkoord, enz. Een mineur akkoord wordt aangegeven met een hoofdletter en een m. Dus Cm, Am, Dm enz. Vooral in klassieke muziek wordt er ook nog wel gebruik gemaakt van een kleine letter wanneer ze een mineur akkoord bedoelen. Gelukkig kom ik de laatste tijd steeds minder vaak afwijkende notaties tegen. Het lijkt steeds meer standaard te worden om een hoofdletter voor majeur en de letter m erachter voor mineur te gebruiken. Wel zo duidelijk!

Wat houdt toonsoort ook alweer in?

Als laatste nog even over het begrip: toonsoort. Want ook bij toonsoorten wordt gesproken over Majeur en Mineur. Met toonsoort wordt bedoeld de notenvoorraad waar het muziekstuk mee gemaakt is. Eigenlijk komt het op hetzelfde neer als de toonladder. Alleen de toonladder moet je zien als een manier om de notenvoorraad van de toonsoort te kunnen spelen; overzichtelijk op een rij van laag naar hoog of hoog naar laag.

Conclusie

In het kort:

  • Toonsoort is de notenvoorraad waaruit een muziekstuk is opgebouwd.
  • Wanneer je deze notenvoorraad op een rijtje zet heb je een toonladder.
  • Majeur en Mineur toonladders bestaan uit 7 tonen en deze speel je na elkaar.
  • Een akkoord bestaat uit minimaal 3 tonen. Deze tonen klinken tegelijkertijd.
  • Majeur betekent Groot en Mineur betekent klein. Dit slaat op de afstand tussen de eerste en de derde toon, bij Majeur 3 toetsen tussen de eerste en de derde toets, bij mineur 2 toetsen tussen de eerste en de derde toets. Dit geldt voor toonsoorten, toonladders en akkoorden.

Wil je meer weten over toonladders en akkoorden?

In onderstaande blogs ga ik dieper in op toonladders, toonsoorten en akkoorden:

Toonladders studeren: zin of onzin?
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 1
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 2 omkeringen
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat! Deel 3: 5 voorbeelden
De Kwintencirkel: een handig hulpmiddel! Deel 1
De Kwintencirkel deel 2, de mollen toonladders

Veel studeerplezier!