“Waarom staan er bij die B twee mollen? Dat is toch hetzelfde als een A, waarom zetten ze daar dan niet gewoon een A neer? Dat is toch hetzelfde en veel gemakkelijker?” Dat was een vraag van een lezer van mijn blogs. En het klopt inderdaad dat een Bbb (spreek uit als Bès-ès) dezelfde toon is als een A. En het klopt ook dat de meeste muzikanten het gemakkelijker vinden als er een A staat. Maar als je volgens de regels, muziek opschrijft in notenschrift, moet je soms dubbele voortekens gebruiken.

 

Regels

De regels van het notenschrift zijn over het algemeen heel consequent. Dat maakt het aan de ene kant gemakkelijk, maar kan het ook moeilijk maken. Want de regels op zich zijn niet ingewikkeld, maar om de regels goed te blijven volgen, kom je soms op notaties uit die er niet zo eenvoudig uitzien. Nu kan je natuurlijk de regels aan je laars lappen, maar als iedereen dat gaat doen, wordt het er ook niet duidelijker door. En waar trek je dan de grens? Daarbij zijn die regels er voor een reden: ze helpen je begrijpen hoe een stuk in elkaar zit. Dat is helaas alleen het geval als je erop studeert. Wanneer je geen interesse in muziektheorie hebt, zal je het waarschijnlijk altijd onzin blijven vinden (dat vond ik vroeger ook), omdat je het niet begrijpt.

 

Meerdere benamingen

Voordat ik wat meer over die regels uit ga leggen, wil ik je eerst vertellen dat elke toets (toon) meerdere namen heeft. Dat geldt niet alleen voor de zwarte toetsen! Je wist waarschijnlijk wel dat bijvoorbeeld een C# en een Db dezelfde toets is; de zwarte tussen de C en de D in. Maar wist je bijvoorbeeld dat een B in sommige gevallen een Cb wordt genoemd? Of dat een E# en een F, twee namen voor dezelfde toets zijn? Hier zou je dan ook van kunnen zeggen: “waarom noemen ze het niet gewoon een F i.p.v. een E#?” Antwoord hierop is alweer: het moet soms zo, als je de regels volgt.

 

Toonsoort

Een toonsoort is een verzameling tonen waar een muziekstuk van gemaakt is. Het heeft dezelfde functie als een alfabet voor schrijftaal heeft. Je gebruikt de letters van het Nederlandse alfabet als je een verhaal schrijft. Je hoeft niet in elk verhaal alle letters te gebruiken. De Q of de X zal je misschien niet nodig hebben om je verhaal te vertellen. In een muziekstuk kan dat ook voorkomen. Er staat 1 mol vooraan de notenbalk, maar die Bes hoef je nergens te spelen. Die was blijkbaar niet nodig om het muzikale verhaal te vertellen. Als je het zo bekijkt, is dat niet zo raar toch?

 

Kwintencirkel

Je kunt voor je muzikale verhaal gebruik maken van allerlei toonsoorten, met of zonder zwarte toetsen, met kruizen of mollen, of zonder. Er zijn ook toonsoorten bij waar je te maken krijgt met een E# erin, of dubbele mollen of dubbele kruizen. Maar dat is dan een keuze. Je kunt ook een andere toonsoort kiezen waar dat niet in zit, en je dan toch aan de regels houden. Hoe dat verder zit, kun je lezen in mijn blogs over de kwintencirkel:

De Kwintencirkel: een handig hulpmiddel! Deel 1

De Kwintencirkel deel 2, de mollen toonladders

 

Toevallige voortekens

Soms wil je in een stuk heel even 1 of een paar tonen uit een andere toonsoort gebruiken dan de toonsoort die je gekozen hebt. Omdat je dat mooi vindt: het past daar. Dan is de regel:
-bij een stijgende lijn (de melodie gaat omhoog) gebruik je een verhoging, dus een kruis (of een herstellingsteken als er een mol voor die toonhoogte vooraan de notenbalk staat)
-bij een dalende lijn (de melodie gaat omlaag) gebruik je een verlaging, dus een mol (of een herstellingsteken als er een kruis voor die toonhoogte vooraan de notenbalk staat)
Als je een daling in de melodie hebt, en je hebt op die plek al een noot met een mol die je nog verder wilt verlagen, dan krijgt die dus 2 mollen.

 

Akkoorden

Ook in akkoorden kan het voorkomen dat je een dubbele mol of kruis tegenkomt. De vraag waar ik deze blog mee begon kwam daaruit voort. Om het verhaal hieronder te kunnen begrijpen is het wel nodig dat je weet hoe akkoorden in elkaar zitten. Voor uitleg over akkoorden zie:

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 1

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 2 omkeringen

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat! Deel 3: 5 voorbeelden

Septiem akkoorden: hoe zit dat?

Gbdim7

Het laatste akkoord in de 4e regel is een Gbdim7 akkoord. Als je kijkt naar het akkoord wat ervoor staat in die maat, dan zie je dat de onderste noot daar een G is. Dat het akkoord daarna een Gb akkoord wordt genoemd (en niet een F#) komt dus omdat het een dalende lijn betreft. Nu is het zo dat een akkoord in de basis altijd bestaat uit de 1e 3e en 5e (en de 7e bij een 7 akkoord) toon gerekend vanaf de grondtoon.
Een Gb akkoord bestaat als basis uit de noten G-B-D-F die verhoogd of verlaagd worden op zo’n manier dat het een Gbdim7 akkoord wordt. Een dim7 akkoord bestaat uit een mineur akkoord met een verlaagde 5 en een verminderde 7. In dit geval gaat het om de 3, de basisnoot daarvan is dus de B. De grondtoon was al verlaagd: Gb. De afstand van de Gb naar de B, is zo groot dat je de B met 2 stapjes moet verlagen om er de kleine terts (3) van te maken die nodig is voor het Gbdim7 akkoord. Daarom wordt die B verlaagd met een extra mol, en krijgen we een dubbele mol: Bbb. Zou je daar een A noteren, dan klopt de naam van het akkoord niet meer.

 

Andersom

Het grappige is dat er aan het eind van de 2e regel een F#dim7 akkoord staat, met precies dezelfde noten voor de linkerhand, alleen met een andere naam. Doordat het hier een stijgende lijn is in de basnoot (van F naar F#), wordt het geen Gb maar een F# akkoord en heb je geen dubbele mol, maar gewoon een A. Wel een herstellingsteken, want anders zou het vanwege de mollen vooraan de notenbalk een Ab zijn. Het lijkt dus in eerste instantie misschien onlogisch, maar is het niet!

 

Natuurkunde

Je zou de muzieknotatie met deze regels kunnen vergelijken met natuurkunde. Regels en formules horen er dan gewoon bij. Consequent de regels toepassen ook. Op zich niet zo raar als je bedenkt dat geluid een natuurkundig verschijnsel is. Maar dat betekent niet, dat je niet voor je eigen gemak een letter A erbij mag schrijven als er een Bbb staat! Een belangrijke regel van mij is namelijk: Doe wat jou helpt om het beter te kunnen spelen!! 😉

Een poosje geleden kreeg ik van een trouwe lezeres de volgende vragen:
Wat is de rol van solfege bij muziekbeoefening?
In hoeverre kan het de student helpen?
En hoe kan je het beste ermee omgaan om vorderingen te maken?
Ik zal proberen daar zo goed mogelijk antwoord op te geven, maar laten we beginnen met te kijken naar wat Solfège nu eigenlijk is.

 

Definitie

Ik weet niet hoe jij dat doet, maar als ik een definitie van iets zoek, kijk ik op Wikipedia. Laten we eens kijken wat ze daar over Solfège te vertellen hebben!

 

Wikipedia:

“Solfège of notenleer is de stelselmatige training van het muzikale gehoor door middel van een muzikale zangoefening, waarbij de melodie gezongen wordt zonder de tekst en met gebruikmaking van alleen de namen van de noten. Het doel van deze oefening is het muzikale gehoor te vergroten en tevens door zonder voorstudie van het blad te zingen de trefzekerheid te verhogen met betrekking tot ritme en melodie. Solfège valt onder de muziekdidactiek.”

Oké, daar kan ik mij in vinden, maar is nog wel te beperkt. Maar het gaat verderop nog door:

“In het professioneel muziekonderwijs (conservatoria) en in de hogere graad van de muziekscholen wordt het begrip solfège inmiddels in een bredere context gebruikt. Zo bestaan er afzonderlijke lessen ritmische solfège (het noteren van een ritme en het uitvoeren van een genoteerd ritme) en worden het muzikaal dictee en het herkennen van akkoorden in de harmonieleer tot het gebied van de solfège gerekend.”

 

Professioneel

In het 2e stukje tekst uit Wikipedia, lijken ze te bedoelen dat uitgebreide Solfège vooral is voor muziekbeoefenaars die er hun beroep van willen maken of in ieder geval al een redelijk hoog niveau hebben bereikt. Het van blad zingen (met de notennamen) is volgens het eerste gedeelte meer voor beginners.

 

Gehoortraining

Onder Solfège versta ik gehoortraining van alles wat er in muziek zit: Melodie, Harmonie (akkoorden), Akkoord opeenvolgingen, Ritme, Toonsoort, Maatsoort.

 

Kijkje nemen

Wil je weten wat je zoal aan Solfège oefeningen kunt doen? Neem eens een kijkje op de website van het conservatorium van Amsterdam. Daar staan uitgebreide testen op:
https://www.conservatoriumvanamsterdam.nl/prep/toelatingstest-jazz/solfege/

 

Wat is de rol van Solfège bij muziekbeoefening en hoe kan het de student helpen?

Het idee achter solfège is dat als je goed hoort wat er gebeurt in de muziek, je het beter kan begrijpen en er ook beter mee om kan gaan, en er meer mee kan doen. Als je kunt horen wat anderen doen, kan je er zelf ook mee experimenteren.

 

Innerlijk gehoor

Daarbij train je je “innerlijk gehoor”, daar bedoel ik mee dat als je bijvoorbeeld een melodie in je hoofd hebt, je ook precies weet hoe je dat moet spelen en hoe je dat in noten op zou kunnen schrijven. Hoe meer je bezig bent met improviseren of componeren, hoe belangrijker dat is. En andersom heeft het veel voordelen dat je weet hoe iets moet klinken als je de noten op het papier ziet staan.

 

Eerst horen, dan laten horen

Ik kan me nog goed herinneren dat ik als beginner altijd moeite had om te bedenken hoe een stukje (wat ik al geoefend had) ook alweer moest klinken. Vaak moest ik eerst een paar maten spelen, tot ik dacht: ”O ja, nu weet ik het weer!” Niet zo handig, want je maakt dan al gelijk een valse start! In de loop der jaren heb ik geleerd om eerst in mijn hoofd te horen hoe het stuk gaat klinken, om daarna pas te beginnen met spelen. Dat is een heel handig onderdeel van Solfège.

 

Improviseren

Als je pas gaat beginnen met improviseren, komt het er meestal op neer dat je allerlei dingen gaat uitproberen, net zolang totdat je weet hoe het gaat klinken wat je wilt spelen. Wanneer je gevorderd bent, weet je al vooraf hoe gaat klinken wat je wilt spelen en lukt dat ook (meestal). Wanneer je bewust met improviseren probeert om te spelen wat je in je hoofd hebt, is dat eigenlijk dus ook een vorm van Solfège training.

 

Hoe kan je er het beste mee omgaan om vorderingen te maken?

Zoals met alles, is ook dit een kwestie van veel ermee bezig zijn. En natuurlijk hangt het ook af van wat je ermee wilt bereiken. Als je naar het conservatorium wilt gaan, moet je het goed trainen, anders kom je niet eens door de toelating heen. Maak je alleen voor je eigen plezier muziek, dan hoef je er niet persé heel veel tijd aan te besteden.

 

Oefeningen

Niet iedereen is er een fan van om een melodie te zingen voordat je hem gaat spelen (de meeste leerlingen zeggen: “ik kan niet zingen”). Het is een goede oefening, maar zeker niet de enige. In veel methodes kom je al eenvoudige oefeningen tegen: stukjes op gehoor naspelen bijvoorbeeld. Wat ook belangrijk is: goed luisteren naar alles wat je doet! Hoe klinkt een majeur akkoord ten opzichte van een mineur akkoord? Heb je een idee hoe iets moet gaan klinken als je de noten voor je ziet? Met deze basisvaardigheden kom je een heel eind als je geen grootse ambities hebt. Als je steeds wanneer je iets nieuws leert spelen, ook goed luistert hoe het eigenlijk klinkt (bijvoorbeeld een nieuw akkoord) en dat vergelijkt met wat je al eerder gedaan hebt, ben je op de juiste weg. Probeer je ook nog regelmatig iets op gehoor na te spelen en doe je improvisatie oefeningen, dan ben je al best goed bezig! Op die manier train je “spelenderwijs” je gehoor.

Septiem akkoorden;
Je hebt ze waarschijnlijk al wel eens in bladmuziek zien staan: akkoorden met een 7, bv. G7 of Cm7. Maar wat houdt dat nu precies in?

 

 

 

Weet je nog niet goed hoe majeur en mineur akkoorden in elkaar zitten? Lees dan voor je verder leest eerst de volgende artikelen:

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 1

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 2 omkeringen

Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat! Deel 3: 5 voorbeelden

Septiem = 7

Wanneer je een 7 bij een akkoord ziet staan, dan betekent dat, dat er een extra toon aan het akkoord wordt toegevoegd. Het akkoord wordt dan uitgebreid met de 7e toon geteld vanaf de grondtoon. Een G7 bestaat uit een G (=1 ofwel grondtoon) B (=3 ofwel terts) D (=5 ofwel kwint) en een F (7 ofwel septiem). Het is dus een G akkoord waar een septiem aan is toegevoegd.

 

Grote of kleine septiem

Net zoals je grote en kleine tertsen hebt (het verschil tussen een majeur en een mineur akkoord, zie bovenstaande artikelen), heb je ook een groot septiem en een klein septiem.
Een klein septiem is bijvoorbeeld de afstand van G naar de F, een groot septiem is van de G naar de F#. Wanneer je een septiem uit wil tellen is het gemakkelijker om gewoon 1 toets (je telt dan zowel de zwarte als de witte toetsen mee) naar beneden te rekenen vanaf de grondtoon voor een groot septiem, of 2 toetsen voor een klein septiem.

 

Een paar voorbeelden:

Van C naar B is een groot septiem, want tussen de B en de C erboven zit geen andere toets.
Wil je de septiem klein maken, wordt het C – Bes (Bb)
Van D naar C is een klein septiem, van D naar Cis (C#) een grote.
Van E naar D is een klein septiem, van E naar Dis (D#) een grote.
Van F naar E is al een groot septiem, van F naar Es (Eb) is een kleine.
Van G naar F is een klein septiem, van G naar Fis (F#) een groot septiem
Van A naar G is een klein septiem, van A naar Gis (G#) een grote.
Van B naar A is een klein septiem, van B naar Ais (A#) een grote

 

Dominant septiem of gewoon 7

Je kunt met de mineur en majeur akkoorden en de grote en kleine septiem verschillende combinaties maken. Het majeur akkoord met een kleine septiem, komt het meeste voor en wordt genoteerd met een hoofdletter voor het akkoord met een 7 erbij, zoals: G7, C7, F7, Bb7. Je kunt ze uitspreken zoals ze genoteerd staan, maar ze worden ook wel “dominant septiem akkoorden” genoemd.

 

Voorbeelden van 7 akkoorden:

C7 is dus een majeur akkoord met een klein septiem: C1-E-G-Bes (Bb)
F7 is dan F-A-C-Es (Eb)
Bb7 (spreek uit als Bes 7) is Bb-D-F-Ab (As)

 

Mineur 7

Wanneer je een mineur akkoord hebt met een kleine 7, noem je dat een “mineur septiem akkoord” of kortweg “mineur 7”. Cm7 spreek je dus uit als C mineur 7. Nog even een paar voorbeelden:
Gm7: G- Bb – D – F
Cm7: C- Eb – G – Bb
F#m7: (spreek uit als Fis mineur 7) F# – A – C# – E
Bbm7: Bb – Db – F – Ab

 

Majeur 7

Een majeur akkoord met een groot septiem, noem je een majeur 7 akkoord. De schijfwijze hiervan is Cmaj7 of C met er schuin rechts boven een klein driehoekje.

Voorbeelden:
Cmaj7: C – E – G – B
Fmaj7: F – A – C – E
Gmaj7: G – B – D – F#
Bbmaj7: Bb – D – F – A

 

Nog meer…

Deze 7, mineur 7 en majeur 7, zijn niet de enige septiem akkoorden die er zijn. Want behalve majeur en mineur akkoorden zijn er ook nog verminderde en overmatige akkoorden waar je de 7 mee kunt combineren. Maar dat wordt voor nu een beetje veel van het goede. Dat is voor een eventuele volgende keer. Ben je daar nieuwsgierig naar? Laat het mij dan weten!

 

Wat is een toonladder?

Een toonladder is een reeks noten die op een rij zijn gezet van laag naar hoog of hoog naar laag. Zo’n verzameling noten is de basis waar een muziekstuk van is gemaakt. De majeur en de mineur toonladders zijn toonladders die uit 7 verschillende noten bestaan. De achtste noot is weer dezelfde als de eerste.

Voorbeeld, de toonladder van C majeur:
C D E F G A B C

Voorbeeld de toonladder van A mineur:
A B C D E F G A

Wat is een akkoord?

Een akkoord is een samenklank van minimaal 3 tonen. Deze tonen moeten dus tegelijk klinken of zo vlak na elkaar dat je het als een samenklank ervaart. Dit dus in tegenstelling tot een toonladder waarvan je juist de tonen ná elkaar speelt.

Voorbeeld akkoord C majeur: C E G, dit zijn dus de eerste, derde en vijfde toon van de toonladder van C

Voorbeeld A mineur akkoord: A C E, dit zijn dus de eerste, derde en vijfde toon van de toonladder van A mineur.

Wat is het verschil tussen Majeur en Mineur?

Majeur betekent: groot. Mineur betekent: klein. Dit “groot” en “klein” heeft betrekking op de afstand tussen de eerste en de derde toon. Zowel de eerste als de derde toon zitten in de toonladder èn in het akkoord.

Bij de C majeur toonladder en het C majeur akkoord gaat het om de afstand tussen de C en de E. Als je deze tonen opzoekt op de piano of het keyboard, zie je dat er 1 witte toets tussen die C en E zit, en 2 zwarte toetsen.

Bij De A mineur toonladder en het A mineur akkoord gaat het om de afstand tussen de A en de C. Ook hier zit 1 witte toets tussen. Maar in tegenstelling tot C majeur zit er maar 1 zwarte toets tussen. Dat betekent dat de afstand tussen A en C kleiner is dan tussen C en E.

Dus :  Majeur ( groot), heeft 3 toetsen tussen de eerste en de derde toon, en Mineur (klein) heeft 2 toetsen tussen de eerste en de derde toon.

 

Waar staan de akkoorden?

Wanneer je bij een muziekstuk boven de maten hoofdletters ziet staan, zijn dit meestal de akkoorden. Soms worden de akkoorden onder de maten genoteerd. Daar heb ik zelf een grote hekel aan. Want als je gewend bent aan akkoorden erboven, raak je steeds in de war wanneer ze er een keer onder staan.

Hoe noteer je een majeur of mineur akkoord?

Een majeur akkoord wordt aangeven d.m.v. een hoofdletter. Dus staat er boven de maat C, dan gaat het om een C majeur akkoord. Staat er G, dan gaat het om een G majeur akkoord, enz. Een mineur akkoord wordt aangegeven met een hoofdletter en een m. Dus Cm, Am, Dm enz. Vooral in klassieke muziek wordt er ook nog wel gebruik gemaakt van een kleine letter wanneer ze een mineur akkoord bedoelen. Gelukkig kom ik de laatste tijd steeds minder vaak afwijkende notaties tegen. Het lijkt steeds meer standaard te worden om een hoofdletter voor majeur en de letter m erachter voor mineur te gebruiken. Wel zo duidelijk!

Wat houdt toonsoort ook alweer in?

Als laatste nog even over het begrip: toonsoort. Want ook bij toonsoorten wordt gesproken over Majeur en Mineur. Met toonsoort wordt bedoeld de notenvoorraad waar het muziekstuk mee gemaakt is. Eigenlijk komt het op hetzelfde neer als de toonladder. Alleen de toonladder moet je zien als een manier om de notenvoorraad van de toonsoort te kunnen spelen; overzichtelijk op een rij van laag naar hoog of hoog naar laag.

Conclusie

In het kort:

  • Toonsoort is de notenvoorraad waaruit een muziekstuk is opgebouwd.
  • Wanneer je deze notenvoorraad op een rijtje zet heb je een toonladder.
  • Majeur en Mineur toonladders bestaan uit 7 tonen en deze speel je na elkaar.
  • Een akkoord bestaat uit minimaal 3 tonen. Deze tonen klinken tegelijkertijd.
  • Majeur betekent Groot en Mineur betekent klein. Dit slaat op de afstand tussen de eerste en de derde toon, bij Majeur 3 toetsen tussen de eerste en de derde toets, bij mineur 2 toetsen tussen de eerste en de derde toets. Dit geldt voor toonsoorten, toonladders en akkoorden.

Wil je meer weten over toonladders en akkoorden?

In onderstaande blogs ga ik dieper in op toonladders, toonsoorten en akkoorden:

Toonladders studeren: zin of onzin?
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 1
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat. Deel 2 omkeringen
Akkoorden spelen op de piano: zo doe je dat! Deel 3: 5 voorbeelden
De Kwintencirkel: een handig hulpmiddel! Deel 1
De Kwintencirkel deel 2, de mollen toonladders

Veel studeerplezier!

De kwintencirkel is een handig hulpmiddel om erachter te komen hoeveel en welke kruizen of mollen er in een toonladder/toonsoort zitten. Deze keer behandel ik de binnenkant van de kwintencirkel, waar de toonladders met de mollen staan.

 

Wanneer je naar de afbeelding hieronder van de kwintencirkel kijkt, valt je wellicht op dat er in de binnenkant letters staan met 2 mollen erbij. Laat je hierdoor niet afschrikken, want daar zal je weinig tot nooit mee te maken krijgen. Het ziet er ook nog eens indrukwekkender uit dan het ingewikkeld is 😉 Maar laten we maar eens kijken hoe het werkt!

 

Tegen de klok in

De kruizen toonladders staan aan de buitenkant. En steeds als je met de klok mee een plekje verder gaat, komt er een kruis bij. (zie voor uitgebreide uitleg: )

De toonladder die mollen hebben, vind je aan de binnenkant van de kwintencirkel. Je begint weer bovenaan met de toonladder van C die géén kruizen of mollen heeft. Het rode pijltje geeft al aan dat je aan de binnenkant van de cirkel tegen de klok in moet bewegen om naar de toonladder te gaan die 1 mol heeft: F. De F is een kwint lager dan de C. Dus waar je bij de kruizentoonladders steeds een kwint omhoog gaat om bij de volgende te komen, ga je bij de mollen toonladders steeds kwint omlaag!

 

Kwint omlaag

Wanneer je binnen de toonladder van F weer een kwint (5) omlaag gaat, kom je uit op de Bb. Er zit immers geen B maar een Bb in de toonladder van F. De toonladder van Bb heeft dus 2 mollen. Wanneer je in de toonladder van Bb weer een kwint naar beneden gaat, kom je op de Eb, enz.

 

Welke mollen?

Net zoals je de volgorde van de kruizen in de kwintencirkel vinden kunt, kan je ook de mollen vinden. De eerste mol is altijd de Bb, de 2e is altijd de Eb, de 3e de Ab, enz. Ook weer tegen de klok in kijken dus!

 

Is het je opgevallen?

Wat aan de buitenkant staat is steeds dezelfde toets als aan de binnenkant! Een F is immers hetzelfde als een verhoogde E: E#, een Bb is hetzelfde als een A#, enz.

Dat is ook de reden dat je van de kruizentoonladders het meeste de toonladders t/m 6 kruizen zult gebruiken, en van de mollen toonladders die t/m 6 mollen. Want als je mag kiezen tussen een toonladder van F, met 1 mol, of die van E#, met 11 kruizen, dan denk ik dat je F kiest! (Zou ik in ieder geval wel doen…). Of als je mag kiezen tussen de toonladders van D met 2 kruizen, of Ebb met 10 mollen? Ik zou het niet moeilijker maken dan nodig….

 

Om te oefenen:

Neem een willekeurige toon en kijk hoeveel kruizen of mollen erin zitten als je op die toon een toonladder maakt.

Kijk ook welke kruizen of mollen erin zitten.

Probeer de toonladder te spelen

Herhaal het voorgaande op andere tonen

Vind je het te moeilijk? Begrijp je iets niet? Wil je iets anders weten? Vertel het me! Ik hoor graag hoe ik je verder kan helpen!

 

Veel studeerplezier!

Deel 1 : toonladders met kruizen

De kwintencirkel, heb je er wel eens van gehoord? Het is een hulpmiddel om snel te weten te komen hoeveel kruizen of mollen er in een toonladder/ toonsoort zitten. Maar je kunt er nog meer informatie uit halen!

 

Voor wie is dit interessant ?

  • Muzikanten die meer willen weten over toonladders en toonsoorten
  • Muzikanten die beter willen begrijpen hoe het werkt met kruizen en mollen
  • Iedereen die het leuk vindt om meer te weten over muziektheorie en hoe logisch dat in elkaar zit

 

Wat je eerst moet weten

Wanneer je nog erg weinig weet over toonladders, raad ik je aan om eerst deze blog te lezen

https://muziekstudio-legato.nl/toonladders-studeren-zin-onzin/

Wanneer je eerst nog wat basisinformatie over kruizen en mollen wilt lezen:

https://muziekstudio-legato.nl/kruizen-en-mollen-hoe-zit-dat-nou/

 

Kruizen en mollen

Aan het einde van mijn blog https://muziekstudio-legato.nl/toonladders-studeren-zin-onzin/ kun je lezen dat je kunt ontdekken welke toonladder er bij een stuk hoort door te kijken naar de kruizen of mollen die vooraan de notenbalk staan, en naar de slottoon of het slotakkoord.

Stel dat er 4 kruizen vooraan de notenbalk staan, en je hebt geen idee welke toonladder er 4 kruizen heeft, hoe kom je daar dan achter? Je kunt kijken wat het slotakkoord is en dan daar de toonladder bij uit gaan rekenen en kijken of die inderdaad 4 kruizen heeft. Maar er is een snellere manier!

 

De buitenkant van de Kwintencirkel

Door de kwintencirkel te gebruiken, kun je het in één oogopslag zien! Ik zal uitleggen hoe het werkt.

 

De kwintencirkel heeft een indeling als de wijzerplaat van een klok, een cirkel die in 12 gelijke delen is verdeeld. Bovenaan staat de C op de 12. Met de klok mee aan de buitenkant zie je op de 1 G staan, op de 2 D, op de 3 A, op de 4 E, enz. Het getal waar de letter bij staat, geeft aan hoeveel kruizen er in die toonladder zitten. Dus de majeur toonladder van E heeft 4 kruizen.

 

Steeds een kwint omhoog

De kwintencirkel heeft zijn naam te danken aan de afstanden tussen de toonladders. Een kwint omhoog is een kruis erbij. Het werkt zo:

Wanneer je vanaf de C 5 tonen ( dat is een kwint) omhoog gaat, kom je terecht op de G. De toonladder van G heeft 1 kruis. Wanneer je de 5e toon van de toonladder van G opzoekt, kom je op de D. De toonladder van D heeft 2 kruizen. Wanneer je de 5e toon van de toonladder van D opzoekt, kom je uit op de A. Je raadt het al, deze heeft 3 kruizen. Steeds wanneer je een kwint omhoog gaat, komt er een kruis bij.

 

Vaste volgorde

Wellicht vraag je jezelf nu af welke kruizen dat dan zijn. Ook dat kun je zien in de kwintencirkel! Kruizen verschijnen altijd in dezelfde volgorde als ze vooraan de notenbalk staan. De allereerste is de F#. Wanneer een toonladder 2 kuizen heeft, zijn het de F# en de C#. Wanneer een toonladder 3 kruizen heeft zijn het de F#, de C # en de G#. Heb je ze al ontdekt in de kwintencirkel? Toonladders met meer dan 6 kruizen zul je waarschijnlijk niet vaak tegenkomen. Maar de linkerkant buitenkant van de kwintencirkel is evengoed handig om de volgorde van de kruizen te weten te komen!

 

Volgende week deel 2

De kwintencirkel is zo nog niet compleet. In de volgende blog ga ik uitleggen hoe je de kwintencirkel kunt gebruiken om te kijken welke toonladder er bij een stuk hoort als er mollen vooraan de notenbalk staan. En ik vertel je hoe hem gemakkelijk en snel zelf kunt tekenen!

 

Uitproberen

Je weet nu hoe het werkt! Zoek een aantal muziekstukken op met kruizen vooraan de notenbalk en doe de test. Weet je welke toonladder erbij hoort? En weet je ook welke kruizen er in zitten? Ik ben benieuwd!

 

Veel studeerplezier!

 

 

 

Syncope(n): Wanneer je al een poosje op je instrument bezig bent en je wilt een popnummer gaan spelen, kom je ze vrijwel zeker tegen. Maar wat is precies een syncope? En hoe kan ik dit dan het beste oefenen? In deze blog vind je antwoorden!

 

Wikipedia

Wat doe je als je iets wilt weten? Je zoekt het op, op internet! Als je zoekt op “Syncope”, kom je al snel terecht op Wikipedia. Daar vind je deze defenitie:

In de muziek spreekt men van een syncope wanneer een of meer tonen niet op de tel of puls vallen, waardoor een of meer normale accenten verlegd worden.
De syncope wordt in de muziek gebruikt om het accent te verleggen, om het accent op een andere dan de gebruikelijke / verwachte plaats aan te brengen. Vaak is dit de plek vlak voor het verwachte telaccent (anticiperende syncope), of vlak na de verwachte tel (ook wel echosyncope genoemd).

Is het zo voor iedereen duidelijk? Hmm…ik vrees van niet! Prima definitie hoor, maar wat is het nou eigenlijk? Ik zal het je uitleggen op een simpele manier.

 

Of in simpele woorden…

Een syncope is wanneer er geen toon klinkt op een plek in de maat waar je het wel verwacht.

 

Een voorbeeld

Je bent gewend dat de hele tellen in een vierkwartsmaat duidelijk hoorbaar zijn. Er is bijvoorbeeld sprake van een syncope, als er op een tel in de maat juist géén toon gespeeld wordt, maar wel een toon een halve tel eerder en/of een halve tel later.
Hieronder zie je een voorbeeld van syncopen met de telling eronder. Beide maten klinken hetzelfde.

 

 

De bladmuziek

Ik had deze week een leerling op les die Ebony and Ivory van Paul McCartney en Stevie Wonder aan het studeren was. Deze hit uit 1982 staat helemaal bol van de syncopen!
Als je wilt weten hoe het eruit ziet: Google dan even 😉 Je ziet de eerste bladzijde als voorbeeld, in onderstaande link:

Ebony and Ivory

Studeer tips

Je hebt waarschijnlijk wel in de gaten dat het tellen van zo’n stuk met al die syncopen best lastig is. Hoe studeer je dat dan?

 

1. Tellen

Zoek uit hoe je het moet tellen en schrijf het erbij. Dat zou ik niet gelijk voor het hele stuk doen, maar de eerste paar regels. Ga dat langzaam studeren en tel er bij voorkeur hardop bij! Wanneer je de eerste paar regels goed in de vingers hebt, is het misschien niet meer nodig om nog verder alles erbij te schrijven. Bovendien worden er vaak gedeelten herhaald, dus let daarop. Maar is het wel nodig om de telling er verder ook nog bij te schrijven, dan doe je dat.

 

2. Luisteren

Je kent het stuk en kan de melodie waarschijnlijk wel meezingen. Maar waarschijnlijk niet goed genoeg om het ritmisch precies kloppend te krijgen wanneer je de muziek er niet bij hoort. Maak gebruik van het feit dat je de melodie kent door de volgende dingen te doen:
Luister naar het stuk terwijl je de bladmuziek meeleest. Klap de hele tellen terwijl je de melodie meezingt. Lukt dat goed, dan kan je het moeilijker maken. Klap de tellen terwijl je het zingt, zonder dat je het origineel hoort. Let op: je klapt dus op tel 1, 2, 3, en 4 en dat is niet tegelijk met hoe je de melodie zingt!

 

3. Nog iets moeilijker

Wanneer het zingen met klappen in de maat goed gaat, kun je de melodie gaan proberen te spelen. Gebruik hierbij een metronoom of een style op je keyboard zodat je goed hoort of het klopt wat je doet. Met je hand op je been de hele tellen laten horen is nog beter (en moeilijker).

Oefen beide manieren: met tellen erbij schrijven en op je gehoor. Op die manier ga je steeds beter begrijpen en aanvoelen hoe je het moet spelen.

 

Veel studeerplezier!

 

vleugel abstract rechtenvrij“Het tempo bepalen van een stuk, hoe doe je dat?” In dit artikel ga ik in op deze vraag van een leerling. Soms staat er boven het muziekstuk wat je moet spelen een aanwijzing over het tempo van het stuk. Maar niet altijd. Hoe bepaal je het tempo van een stuk bovendien op zo’n manier dat het zo mooi mogelijk klinkt? Hieronder 5  tips!

 

Tip 1: Staat er een tempo aanduiding boven?

Wanneer je een kwartnoot met een getal erbij ziet staan, dan is dat een aanwijzing voor het tempo. Het geeft aan het aantal kwartnoten per minuut. Hoe hoger het getal, hoe sneller het tempo. Wanneer je een andere noot ziet staan, b.v een halve noot met een getal ernaast, betekent dat het aantal halve noten per minuut.

Tempo aanduiding

Tempo aanduiding bovenaan het stuk

Maar hoe werkt dat dan?

“Ja”, denk je waarschijnlijk, “dat is leuk om te weten. Maar hoe kom ik er nu achter hoe snel of langzaam dat nu eigenlijk is?” Heb je een keyboard? Dan is het gemakkelijk. Kies een style uit die past bij de maatsoort van het muziekstuk (bv. een 8 beat bij een vierkwartsmaat of een wals bij een 3 kwartsmaat) en stel het tempo in op het getal wat staat bovenaan het stuk. Druk op de start knop en je hoort hoe snel het gaat. Heb je geen keyboard? Dan is het handig om een metronoom te hebben. Dat is zo’n apparaat wat gaat tikken en / of piepen op de maat als je het aanzet. Ook hierop kun je het tempo instellen. Er zijn tegenwoordig ook heel handige metronoom-apps te downloaden op je telefoon. Die zijn vaak zelf gratis!

 

metronoom rechtenvrij

Een ouderwetse metronoom

Tip 2: zie het als een richtlijn

Zie het tempo wat bij het stuk vermeld staat als een richtlijn, niet als een verplichting! Wanneer je in een orkest speelt ligt dat wat moeilijker, maar als je alleen speelt of in een klein groepje, moet je zelf bepalen of het aangegeven tempo voor jou ook het juiste is. Je kunt het wel in een heel snel tempo willen spelen, maar als het daardoor slordig klinkt, je fouten gaat maken en je ongemakkelijk voelt, zou ik dat gewoon niet doen.

 

Tip 3: denk aan het moeilijkste gedeelte van het stuk

Bepaal het tempo waar je mee begint door aan het moeilijkste gedeelte van het stuk te denken. Het moeilijkste gedeelte wil je waarschijnlijk het liefst wat langzamer spelen dan de gedeeltes die je niet moeilijk vind. Helaas is dat meestal niet de bedoeling. Bedenk dus voordat je begint met spelen op welk tempo je het moeilijkste gedeelte nog goed kunt spelen. Neem dat als begin tempo en je komt keurig aan het eind!

 

Tip 4: zoek op internet

Wanneer er geen tempo bij staat geschreven kun je op internet zoeken naar een uitvoering van het stuk. Het liefst zelfs verschillende uitvoeringen. Want dan kun je de verschillen horen en bepalen wat jij het mooiste tempo vindt. Dit betekent natuurlijk niet dat je het dan ook gelijk op dat tempo moet gaan spelen (zie tip 2) maar dan weet je waar je naartoe wilt werken.

 

Tip 5: let op de stijl

Kun je geen uitvoeringen ervan vinden en staat er ook geen tempo aanduiding bij? Dan is het handig om naar de stijl van het stuk te kijken. Is het dansmuziek? Probeer er dan achter te komen hoe er op gedanst wordt en hoe snel. Is het een blues? Dan mag het meestal rustig gespeeld worden. Maar is het een Bluesschema in Rock & Roll stijl? Dan klinkt het vast beter in een lekker vlot tempo! Wanneer je een keyboard hebt, kun je als indicatie ook kijken naar het standaard tempo van de style die bij het stuk past. Je ziet dan ook al dat bv. een Engelse wals een stuk lager tempo heeft dan een Weense wals.

 

Veel studeerplezier!

Bogen en puntjes in je bladmuziek; wat betekenen ze?

Wanneer er veel bogen en puntjes in een muziekstuk staan, vinden de meeste leerlingen het er ingewikkeld uitzien. Maar zoals met de meeste dingen is het zo: wanneer je eenmaal weet wat het precies betekent, valt het wel mee. Daarom vandaag een uitleg over bogen en puntjes!

 

 

De ene punt is de andere niet!

Je zou misschien denken: een punt is een punt. Maar in de muzieknotatie heb je 2 verschillende soorten punten. Daarbij betekenen die 2 verschillende punten zo ongeveer precies het tegenovergestelde. Dat klinkt een beetje als een raadsel, maar het zit als volgt in elkaar.

 

 

Een punt naast een noot, verlengt

Wanneer er een punt direct rechts naast een noot staat, betekent dit dat deze noot met de helft van de nootwaarde verlengd wordt. Staat er een punt naast een halve noot (een noot van 2 tellen, er even vanuit gaande dat de noot staat in een vierkwartsmaat of driekwartsmaat ) dan wordt de som als volgt:
2 + 1 ( de helft van 2) = 3 tellen

Staat er een punt naast een noot van 1 tel (kwartnoot) dan wordt het : 1 + 0,5 (de helft van 1) = 1,5 tel

 

Staat er een punt naast een noot van 4 tellen (hele noot), dan wordt het 4 + 2 (de helft van 4) = 6 tellen

Dus onthoud: een punt ernaast is de helft erbij

 

 

Een punt boven of onder een noot betekent: kort!

Wanneer er een punt boven (wanneer de stok naar beneden staat) of onder (de stok naar boven) een noot staat, noemen we dat “Staccato”

Noten met staccato punten

Staccato is een manier van spelen waarbij je de noot kort, los en puntig speelt. Wanneer je op een keyboard of piano staccato moet spelen, kan je net doen alsof de toetsen loeiheet zijn. Om je vingers niet te verbranden raak je ze maar heel kort aan! Houd in de gaten dat je niet steeds sneller gaat spelen; dat is een valkuil bij het spelen van staccato noten. De noten worden korter, maar de pauzes tussen de noten worden langer. Gaan versnellen is niet de bedoeling!

 

 

2 bogen: zoek de verschillen!

Net zoals een punt 2 verschillende dingen kan betekenen in de muziek, kan een boog dat ook. Alleen ligt de betekenis van de 2 verschillende bogen wat dichter bij elkaar dan bij de punten. De ene boog heet een frasering boog (ook wel Legato), de andere een overbindingsboog.

 

 

De frazeringsboog

Een boog is een frazeringsboog als deze boven of onder meerdere noten van verschillende toonhoogte staat, zoals in het voorbeeld hieronder.

Zo’n frazeringsboog geeft de muzikale zinnen aan en de noten die bij de boog horen, moet je vloeiend aan elkaar spelen. Er mogen dus geen “gaten” vallen tussen de noten die onder een boog staan. We noemen dat ook wel gebonden of Legato spelen. Tussen de 2 bogen in moet je juist wel een soort korte adempauze nemen. Dit doe je door de laatste noot onder de boog ietsje korter te maken, want je moet wel weer op tijd de volgende noot spelen.

 

 

De overbindingsboog

De overbindingsboog herken je doordat deze staat van de ene noot naar de volgende noot, die dezelfde toonhoogte heeft (dus op hetzelfde lijntje op de notenbalk staat). Zie het voorbeeld hieronder.

De eerste boog is een frazeringsboog; de tweede en derde boog plakken de drie noten van 3 tellen aan elkaar. Het klinkt dan als 1 noot van 9 tellen.

Dit is een soort overtreffende trap van de frazeringsboog; je verbindt deze 2 noten zo goed aan elkaar dat het 1 noot wordt! Je telt dus de 2 notenwaarden bij elkaar op, en zo lang moet je de toets ingedrukt houden. Wanneer je een overbindingsboog ziet staan van een noot van 2 tellen naar een noot van 3 tellen, wordt het dus een noot van 5 tellen. Je ziet dit soort overbindingsbogen vaak als een noot langer duurt dan het aantal tellen dat in de maat past. Zoals ook het geval is in het voorbeeld hier boven.

Let wel op: Je blijft altijd in een 4 kwartsmaat tot 4 tellen, in een 3 kwartsmaat tot 3, enz. Ook als de noot in de volgende maat verder gaat. In het voorbeeld hierboven tel je dus 3 keer tot 3, en niet tot 9!

 

 

Kort op een rij

Dus:
Een punt onder of boven een noot betekent kort spelen (staccato)
Een punt naast een noot: de helft komt erbij
Een boog onder of boven meerdere noten van verschillende toonhoogte: gebonden spelen (Legato)
Een boog naar de volgende noot van dezelfde toonhoogte: de noten worden bij elkaar opgeteld.

Eigenlijk is het niet zo heel ingewikkeld toch? Je moet het alleen even weten!

Veel studeerplezier!

In de vorige blog vertelde ik over veel voorkomende Italiaanse muziektermen die te maken hadden met het tempo en articulatie of speelmanier. Vandaag gaat het over Italiaanse muziektermen die je meer vertellen over de dynamiek; of je iets hard of zacht moet spelen.

 

Hard en snel betekenen niet hetzelfde!

Wanneer er bij een stuk staat dat je iets hard (luid) moet spelen, zal je waarschijnlijk ook de neiging hebben om het sneller te gaan spelen. Dit komt doordat je met meer kracht bijna vanzelf meer snelheid ontwikkeld. Let dus op dat je het tempo niet gaat versnellen wanneer je harder gaat spelen! Andersom gaat het ook op: wanneer je zachter gaat spelen, ga je bijna vanzelf langzamer spelen. Houd je tempo dus goed in de gaten!

 

Van heel zacht naar heel hard

Voor het aangeven van het gewenste volume wordt in de bladmuziek veel gebruik gemaakt van afkortingen. Daarom begin ik steeds met de afkorting, dan de volledige benaming en tot slot de betekenis van de Italiaanse muziektermen.

pp = pianissimo= heel zacht
p = piano = zacht
mp = mezzo piano = matig zacht
mf = mezzo forte = matig sterk / hard
f = forte = sterk /hard
ff = fortissimo = heel sterk

 

Meer en minder

Wellicht is het je opgevallen:
-Een dubbele letter bij de afkorting, versterkt het effect (pp is heel zacht en ff is heel hard) en er wordt dan “issimo” achter het woord gezet.
-“Mezzo” vermindert juist het effect (mp is minder zacht dan p, mf is minder hard dan f)

 

Crescendo

Crescendo betekent dat je steeds harder moet gaan spelen (niet sneller!). Je zult het vaak inde afgekorte vorm tegenkomen: cresc. In plaats van het woord, wordt ook het teken vaak gebruikt. Het teken wordt onder (soms boven) de noten geplaatst die je steeds harder moet gaan spelen. Zie de afbeelding.

Afbeelding 1: crescendo

 

Vaak zie je ervoor staan: p of pp en erna hoe hard je uiteindelijk moet eindigen, dus bv. mf of f of ff

 

Decrescendo of diminuendo

Decrescendo, wordt vaak afgekort tot decresc. Diminuendo betekent hetzelfde, nl: zachter worden en wordt vaak afgekort tot dim. Het teken ziet eruit als een omgekeerd crescendo teken. Zie de afbeelding.

 

Afbeelding 2: decrescendo, maar ook ritenuto, pp en fermate!

Poco

Poco betekent weinig of een beetje. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met crescendo of diminuendo, maar ook met ritenuto (vertragen) of accelerando (versnellen).
BV: Poco a poco crescendo

 

Piú

Piú betekent (steeds) meer. Ook dit woord wordt gebruikt in combinatie met bv. 1 van de bovenstaande termen of met die uit mijn vorige blog.

 

Fermate

De meest voorkomende Italiaanse muziektermen heb ik denk ik nu besproken, al bedenk ik me nu dat ik er 1 niet heb genoemd die eigenlijk meer bij de vorige blog thuishoorde: de Fermate. Deze staat ook in afbeelding 2 hierboven en in afbeelding 3 hieronder. De fermate wordt genoteerd als de bovenste helft van een cirkel met een puntje eronder. Het betekent dat je de noot waar de fermate boven staat, net zoveel langer mag aanhouden als je zelf mooi vindt. Tenzij je in een orkest speelt, dan bepaalt de dirigent hoe lang de noot duurt. Als iedereen in het orkest het zelf gaat bepalen, wordt het een zooitje!

Afbeelding 3: Piú Lento met crescendo, decrescendo, ritenuto en diminuendo naar pianissimo!

Veel studeerplezier!