Je bent met een nieuw stuk bezig. Na een aantal keren gestudeerd te hebben, lukt het meeste van het stuk aardig. Maar de overgangen tussen de verschillende gedeelten, en het slot, daar blijf je over struikelen. Herkenbaar? Dat zou me niets verbazen, want de meeste leerlingen hebben regelmatig hetzelfde probleem. Maar je kunt er iets tegen doen!

 

Verschillende gedeelten

Wanneer je oefent, begin je meestal bij het begin van het stuk. Wellicht weet je al dat je het stuk sneller leert door het niet steeds helemaal te spelen. Je oefent het dus in stukjes, en dat is prima! Vaak bestaat een stuk uit gedeelten die goed herkenbaar zijn, bv. couplet en refrein, of een A en B en C-gedeelte. Het is dan logisch om als A al wel gaat, dan verder te gaan bij B, en dat steeds stukje voor stukje te oefenen. Wat er dan vaak bij inschiet is juist die overgang van A naar B.

 

 

Het slot zit aan het eind (Ja, dat wist je vast nog niet! ;))

En omdat het slot aan het eind zit, ga je daar meestal pas aan beginnen als je alles wat je ervóór moet spelen, al aardig kan. Helaas is het slot van een stuk meestal heel anders dan alles wat je ervoor in dat stuk gehad hebt. En vaak is het ook niet het gemakkelijkste gedeelte; wat een pech!

 

 

Conclusie: de overgangen en het slot hebben meer aandacht nodig!

Wanneer het slot niet het slot zou zijn, maar aan het begin van het stuk zou staan, zou het al veel gemakkelijker worden. Want als je er vanaf het begin mee bezig bent, oefen je het meer en wordt het vanzelf gemakkelijker! En wanneer je vanaf het begin de overgangen de aandacht geeft (de oefening) die het nodig heeft, zou dat ook enorm schelen. Dan ben je al op de helft om het probleem de wereld uit te helpen!

 

 

De andere helft

De andere helft die je nodig hebt om het probleem de wereld uit te helpen, is het verzinnen van slimme ezelsbruggetjes! Hieronder geef ik je wat tips:

 

 

Tip 1:

Wanneer je aan een nieuw stuk gaat beginnen, kijk dan ook gelijk naar het slot. Kun je dat gemakkelijk spelen? Dan laat je het nog even voor wat het is. Is het wel moeilijk? Begin er dan gelijk mee. Doe maar net alsof het slot aan het begin van het stuk staat. Tegen de tijd dat je aan het einde van het stuk bent gekomen met studeren, heb je het slot al zo vaak gedaan, dat het een makkie is!

 

 

Tip 2:

Steek tijd in het oefenen van de overgangen. Het je het A-gedeelte onder de knie? Ga dan eerst de overgang van A naar B oefenen, vóórdat je het B-gedeelte verder gaat oefenen. Doe dat steeds bij iedere overgang. Want ook hier geldt weer voor: de overgangen zijn vaak lastig en hebben meer aandacht nodig. Wanneer je het oefenen van de overgangen uitstelt tot wanneer je de rest van het stuk al goed kunt spelen, blijven het altijd de stukjes waar je moeite mee blijft houden!

 

 

Tip 3:

Verzin een soort ezelsbruggetjes. Kijk heel goed naar de overgang: wat gebeurt er in de linkerhand en wat in de rechter? Moet je je handen verplaatsen? Zo ja, waar naartoe? Kun je daar een logica of handig trucje voor bedenken? Misschien moet je pink op de plaats komen waar eerst je duim stond. Misschien blijft er iets onveranderd? Wanneer je je dit soort dingen hebt gerealiseerd, wordt zo’n overgang veel logischer en eenvoudiger!

 

 

Spreuk

Zoals je misschien ondertussen wel gemerkt hebt, ben ik dol op spreuken! Voor vandaag vind ik deze wel toepasselijk:

Alles wat je aandacht geeft, groeit!

 

Heel veel studeerplezier!

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Ben je op zoek naar nog meer tips om slimmer te studeren? Klik dan hier: lastige overgangen […]

Reacties zijn gesloten.