muziekstudio-legatoWat betekent Legato, waar komt het vandaan, hoe wordt het genoteerd? Wat is er lastig aan en hoe kun je het oefenen? In dit artikel antwoord op deze vragen!

 

  1. Wat betekent Legato?

Het is een muziekterm die gebonden betekent. De muzieknoten worden zo gespeeld of gezongen dat ze naadloos aaneen gelast klinken.

 

  1. Waar komt het vandaan?

Zoals zoveel muziektermen komt het uit het Italiaans. Het Latijnse woord “ligare” , waarvan het is afgeleid, betekent verbinden, vastbinden, verenigen.

 

  1. Hoe wordt het genoteerd?

Je kunt het woord Legato tegenkomen in een muziekstuk. Vaak staat het dan in combinatie met een andere Italiaanse term: sempre (=altijd). Sempre legato is dus altijd gebonden spelen.

legato 1

De legato (of frazerings) boog

Vaak wordt het ook aangegeven met bogen. Het handige hieraan is dat je ook gelijk ziet hoe lang de muzikale zin is en waar je dus moet “ademhalen” (letterlijk bij zingen en het bespelen van een blaasinstrument, figuurlijk bij bv. piano en keyboard spelen).

 

  1. Hoe zit het precies met bogen?

Er zijn 2 soorten bogen. Naast de legato boog (ook wel frazeringsboog genoemd omdat het de muzikale zinnen aangeeft) is er nog een andere boog die er precies hetzelfde uitziet en die verbindingsboog wordt genoemd. Lekker verwarrend natuurlijk want legato betekent ook verbinden! Waar je deze verbindingsboog aan kunt herkennen is dat hij altijd van een noot naar de volgende noot getekend is en dat die volgende noot dezelfde toonhoogte heeft. Met deze boog is het de bedoeling dat je de 2e noot niet apart speelt, maar dat je de eerste en de tweede toon wat betreft de lengte bij elkaar optelt en er 1 lange noot van maakt.

Verbindingsboog 1

Verbindingsboog: Twee noten van 2 tellen met een verbindingsboog wordt 1 noot van 4 tellen.

 

  1. Legato spelen; hoe doe je dat?

Je moet dus de noten zo spelen dat er geen enkele pauze (rust) tussen de noten in zit. Op piano en keyboard, maar ook op dwarsfluit is dat in het begin niet altijd gemakkelijk. Bij toetsinstrumenten vergt het controle over je vingers. Ook op dwarsfluit is het moeilijker dan de noten los van elkaar spelen omdat je je tong niet bij de aanzet mag gebruiken. Hierdoor komt de toon moeilijker uit de fluit. Ook moeten je vingers moeten goed tegelijk van en op de kleppen gaan omdat anders het anders erg rommelig klinkt!

 

  1. Wanneer gaat het vaak mis?

Wanneer je eerst een aantal dezelfde noten achter elkaar hebt gespeeld. Deze noten moet je wel los maken en kun je nooit helemaal legato spelen. Wanneer je daarna een stukje hebt wat wel legato gespeeld moet worden, is de omschakeling niet gemakkelijk. Beginners op piano en keyboard die dit net een beetje onder de knie krijgen, worden al snel weer geconfronteerd met het volgende probleem: Wanneer je met je linkerhand geen legato kunt spelen doordat je dezelfde noten moet spelen (of van akkoord moet wisselen) en je rechterhand wel legato moet spelen. Meestal gaat de rechterhand dan mee met de linkerhand en wordt het legato spel onderbroken. Andersom kan het natuurlijk ook voorkomen, dat links legato moet blijven spelen wanneer rechts dat niet kan.

Bij dwarsfluit gaat legato spelen vaak mis wanneer er meerdere vingers tegelijk  kleppen moeten sluiten (of juist openen). Maar ook bij grote afstanden in toonhoogte tussen noten. Wanneer je je ademspanning niet genoeg onder controle hebt, komt ook de toon er niet mooi (of helemaal niet!) uit.

 

  1. Hoe moet je het dan oefenen?

Langzaam!! En met langzaam bedoel ik nu echt super slow motion! Voor toetsenisten: de hand die geen legato speelt heel bewust eerder los van de toetsen halen zodat je die hand klaar kunt zetten terwijl rechts nog steeds de toets (of meerdere toetsen) ingedrukt houdt. Dan, zonder rechts eerder los te laten, met beide handen de volgende toetsen indrukken. Dit lukt pas na enige tijd heel langzaam en bewust oefenen. Een eenvoudige oefening die je kunt doen: speel met je linkerhand iedere tel een c , terwijl je met je rechterhand zo legato mogelijk “boer er ligt een kip in t water” speelt. Blijft het lastig? Geen paniek, aangezien het in vrijwel ieder muziekstuk een of meerdere keren voorkomt, heb je nog alle kans om het te oefenen! 😉

Voor dwarsfluit geldt ook: langzaam! Voel hoe je vingers de kleppen sluiten. Welke vingers de neiging hebben om langzamer te zijn. Probeer uit hoe je die vingers mooier tegelijk die kleppen kan laten sluiten. Let ook op je ademsteun, zeker wanneer de melodie omhoog gaat. Soms heeft de volgende toon een beetje meer ademsteun nodig om er mooi uit te komen. Heb je niet genoeg adem meer? Bekijk dan waar je een keertje extra lucht kunt happen of waar je moet opletten dat je meer lucht moet inademen.

 

In het begin lijkt dit allemaal misschien heel moeilijk, maar laat je niet ontmoedigen! Oefening baart kunst! En het is ook niet erg als het nog niet allemaal perfect is. Gewoon blijven volhouden, dan gaat het steeds beter en mooier klinken!

Veel studeerplezier!